Onderzoek: ‘Veteraan, hoe gaat het met u?’ (2019)

Herhaling van het vragenlijstonderzoek uit 2014 naar het welbevinden van Nederlandse veteranen die de dienst hebben verlaten.

 

 

 

Het Veteraneninstituut (hierna: Vi) voert een belangrijk deel van het door het Ministerie van Defensie vastgestelde veteranenbeleid uit.

Jaarlijks leggen we activiteiten vast in een activiteitenplan waaraan een begroting is gekoppeld. Dit jaarverslag biedt een overzicht van de activiteiten van het Vi in het jaar 2015.

In 1990 verscheen de eerste veteranennota. Lees hier de plannen van de regering op het gebied van erkenning en zorg voor veteranen. Lees hier ook de toelichting van de minister op de plannen van de regering op het gebied van erkenning en zorg voor veteranen.

Het RIVM heeft over de periode 2004-2012 onderzocht hoeveel van de uitgezonden militairen zijn overleden en hoeveel van hen zijn overleden door zelfdoding. Daarnaast is bekeken hoe dit aantal zich verhoudt tot het aantal zelfdodingen onder personen die niet op missie zijn geweest.  Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat in de periode 2004-2012 meer mannelijke militairen die minstens 30 dagen aaneengesloten op missie zijn geweest, zijn overleden door zelfdoding, in verhouding tot mannen die niet op missie zijn geweest.

In dit Checkpointartikel staat een samenvatting van het onderzoek dat het RIVM heeft gehouden naar zelfdoding onder veteranen.

Dit onderzoek naar de ervaringen en behoeften van nuldelijnshelpers is op verzoek van het Project Versterking Nuldelijnsondersteuning Veteranen uitgevoerd. Het doel van dit project is het vergroten van de effectiviteit en efficiëntie van nuldelijnsinitiatieven voor veteranen en hun relaties. Aan het project nemen 26 lidorganisaties van het Veteranen Platform (VP) en 10 veteranenontmoetingscentra van de samenwerkende Veteranenontmoetingscentra (VOC) deel. Onder de deelnemers aan het project is een enquête uitgezet, met als doel een indicatie te krijgen van de achtergronden, ervaringen en behoeften van nuldelijnshelpers en de uitkomsten te benutten bij de verdere inrichting van de nuldelijnsondersteuning.

Sinds de Eerste Wereldoorlog is zelfdoding onder veteranen – vaak jaren nadat de oorlog beëindigd is – een relevant thema.

Veteranen in zowel de Verenigde Staten, Engeland en Denemarken blijken te kampen met zulke psychische en/of materiële problemen dat zij geen andere uitweg meer zien. In dit artikel worden wat achtergronden en cijfers gegeven wat betreft zelfdoding onder veteranen.

Voor het onderzoek zijn 5.847 veteranen uitgenodigd die niet meer werkzaam zijn als militair.

De veteranen komen uit zes verschillende uitzendperiodes. Er hebben 2.814 veteranen (48%) deelgenomen aan het onderzoek. Vrijwel allen zijn man (96%) en de leeftijd van de deelnemers varieert van 20 tot 94 jaar en is gemiddeld 53 jaar. Met verreweg de meeste veteranen gaat het goed. Met één op de vijf veteranen gaat het minder goed en met een kleine groep (ongeveer 3%) gaat het niet goed.

Vier jaar later is hetzelfde onderzoek opnieuw uitgevoerd. Het onderzoeksrapportage vindt u hier.

Zelfdodingen onder Nederlandse mannelijke militairen die op missie zijn geweest vergeleken met mannen die niet op missie zijn geweest.

In de Verenigde Staten zijn berichten verschenen dat militairen die naar Irak en Afghanistan zijn uitgezonden vaker zelfmoord plegen. Het RIVM heeft een eerste onderzoek gedaan naar de vraag of dat ook aan de orde is onder uitgezonden Nederlandse mannelijke militairen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de onderzochte uitgezonden Nederlandse militairen tussen 2004 en 2012 vaker zelfmoord hebben gepleegd. Het is niet uit te sluiten dat onderzoek over een andere periode met andere missies, andere uitkomsten kan geven.

Om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van uitzending op militairen en hoe dat ingrijpt in hun leven is ander onderzoek nodig. Hiervoor is het onder andere van belang uit te zoeken welke factoren van invloed zijn geweest op zelfmoordgevallen die zich hebben voorgedaan. Ook zouden andere zaken onderzocht kunnen worden, zoals het aantal mislukte zelfdodingen.

Het RIVM baseert zijn bevindingen op gegevens van ruim 40.000 Nederlandse mannen die op (vredes)missies zijn uitgezonden; het ministerie van Defensie houdt deze gegevens sinds 2004 centraal en gestructureerd bij. In dit onderzoek is gekeken naar militairen die langer dan 30 dagen zijn uitgezonden. Het aantal militairen dat tussen 2004 en 2012 is overleden en de doodsoorzaken zijn herleid door de gegevens van Defensie te koppelen aan de registratie van doodsoorzaken van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De mate waarin zelfdoding voorkomt onder militairen die op missie zijn geweest, verschilde niet statistisch significant van de mate waarin dat voorkomt onder werkende Nederlandse mannen en mannelijke militairen die niet of korter dan 30 dagen zijn uitgezonden.

Het onderzoek is op verzoek van het ministerie van Defensie uitgevoerd naar aanleiding van de zorg over dit onderwerp onder militairen, in de media en de politiek.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of 113.nl.

 

In december 2010 is het online veteranenpanel van start gegaan. Het doel van dit panel is om regelmatig opvattingen van veteranen te peilen om zo beter zicht te krijgen op hun wensen en behoeften.

Daarvoor zijn ruim 7.000 veteranen met een veteranenpas benaderd. 45% van hen heeft deelgenomen aan een eerste peiling over erkenning en zorg in brede zin. 30% wil blijven deelnemen aan het panel. Deelnemers aan dit panel zijn in meerderheid veteranen die als militair uitgezonden zijn naar voormalig Joegoslavië, Libanon, Kosovo, Sinaï, Cambodja, Irak of Afghanistan. Het zijn vooral mannen van middelbare leeftijd en jong volwassenen die samenwonen of getrouwd zijn, al dan niet met kinderen.

In de eerste peiling zijn de veteranen o.a. bevraagd over hoe zij tegen de veteranenstatus aankijken, in hoeverre zij zich gewaardeerd voelen, in hoeverre zij behoefte hebben gehad aan nazorg en in hoeverre zij nog contact hebben met andere veteranen.