11 juli 2019
Home Verhalen van veteranen “We hebben zo geprobeerd om de opmars te vertragen”

“We hebben zo geprobeerd om de opmars te vertragen”

De ‘blocking position’ geeft de grens aan waar de Bosnisch-Servische opmars in juli 1995 moet stoppen, vooral door luchtsteun. Paul Boomsma, Dutchbat III, wordt op pad gestuurd om dit te helpen realiseren. “We hebben de hele tijd omhoog zitten kijken, van waar blijven ze nou.”

Vlak voordat we op pad gingen om de ‘blocking position’ bij Srebrenica in te nemen, werd ons medegedeeld: “We gaan over van blauw naar groen, nu is een goed moment om je testament te maken.” Dat geeft wel aan hoe serieus de situatie was op 10 juli 1995.” Aan het woord is boordschutter en Dutchbatter Paul Boomsma die 23 was toen hij in Sebrenica diende.

“Van ons werd verwacht dat we de Serven zouden tegenhouden. Het leek ons niet realistisch om met zo weinig mensen en middelen op te kunnen treden tegen een Bosnisch-Servische overmacht. Ons werd aangeraden om een afscheidsbrief te schrijven. Als we al niet doorhadden wat de realiteit was, dan werd dat op dat moment wel duidelijk”, herinnert Boomsma zich.

Eigenlijk zijn Boomsma en zijn kameraden nog maar net bekomen van het verschrikkelijke nieuws dat Raviv van Renssen is omgekomen. Van Renssen is geraakt door de scherven van een handgranaat die nota bene een moslimstrijder, wiens thuisbasis de Dutchbatters hielpen beschermen, naar zijn voertuig wierp.

De spanning in de enclave liep al een aantal dagen flink op

“Er was al gesproken over luchtsteun om een aanval van de Bosnische Serven op de enclave tegen te houden. Maar de luchtsteun was steeds afgewezen. Mochten de Bosnische Serven toch de blocking position negeren, dan pas kon ‘close air support’ toegepast worden.”

Handgranaten
In een YPR met als zwaarste bewapening een .50 machinegeweer, rijden Boomsma en zijn collega’s de heuvel ten zuiden van Srebrenica op. Vanaf hier was er goed zicht op de naderende Bosnisch-Servische eenheden. “Maar die mochten we kennelijk niet zien, want opeens zaten we midden in explosies. Het was een tank. Hij richtte vlak voor ons voertuig, zo bleek achteraf. Zo beletten ze ons verder de heuvel op te rijden.”

Boomsma schat dat de tank zo’n twee kilometer verderop stond. “Op zo’n afstand kan je wel met opzet naast je doel schieten, maar met een T54- of T55-tank is het toch heel makkelijk om te ‘missen’ en alsnog het doel te raken. Paniekerig kreeg de chauffeur de opdracht om achteruit weg te rijden. In volle vaart schoten wij van de weg. Gelukkig stonden er wat bomen, anders waren we naar beneden gedonderd”, vertelt Boomsma. Ze klauteren uit het voertuig en een bergingsvoertuig komt om hun YPR weer op de weg te trekken. Terwijl ze daar met zijn achten niet onder pantser zijn, komen ze opnieuw onder vuur te liggen. Uiteindelijk rijden ze, allemaal opgepropt in het bergingsvoertuig, met hoge snelheid terug naar de Nederlandse compound.

Eenmaal daar wordt al snel gevraagd wie er weer mee wilde, want er moesten opnieuw blocking positions ingenomen worden. Boomsma meldde zich aan.

”Liever dat dan in een bunker zitten”

“In de op dat moment beschikbare YPR was Raviv geraakt en het voertuig moest nog schoongemaakt worden. Dat heb ik gedaan. Met mijn verstand op nul”, voegt hij eraan toe. Vervolgens wordt de YPR volgestouwd met munitie en gaan ze op pad.

Leven op adrenaline
Deze keer kiezen ze positie in het centrum van Srebrenica-stad waar ze zicht hebben op de weg die daarboven loopt. Uit inlichtingen blijkt dat de Bosnische Serven hun troepen concentreren en zich opmaken om de stad Srebrenica binnen te trekken. “Als de Serven komen,” vertelt Boomsma, “is ons bevel om ‘overhead’ te schieten, als waarschuwing. Al snel was dat niet voldoende en schoten we gericht. Toen de .50 vastliep, plaatste ik de MAG (het lichte machinegeweer) op het voertuig.”

Het was duidelijk: we moesten daar weg

Als de Bosnische Serviërs de door Dutchbat ingenomen posities omzeilen, ontstaat er een vluchtelingenstroom naar het Dutchbathoofdkwartier in Potočari. Boomsma
en zijn groep krijgen de opdracht om deze stroom te begeleiden. De massale luchtaanval waar ze op rekenden, kwam niet. Te weinig en te laat komt de inzet van de twee
Nederlandse F-16’s die wel hun bommen laten vallen. “We hebben de hele tijd omhoog zitten kijken, van waar blijven ze nou”, herinnert Boomsma zich. “We verwachtten
echt een luchtvloot die ingezet zou worden.”

De rest van de dagen ging als een roes voorbij aan Boomsma, die dan al nachten niet geslapen heeft. “Ik leefde op de adrenaline. Achteraf is het verbazingwekkend dat er weinig paniek leek te zijn onder de vluchtelingen bij de compound. Behalve als er mannen uitgepikt werden ‘voor ondervraging’. Het was waarschijnlijk pure angst.”

Onbegonnen zaak
De echte omvang van het drama drong bij Boomsma pas door bij terugkomst in Nederland. Boomsma zelf is er niet zonder kleerscheuren van afgekomen. Bij hem is PTSS geconstateerd en hij heeft tot zijn spijt in 2001 de krijgsmacht moeten verlaten. Het steekt hem dat de mannen en vrouwen van Dutchbat III uitgemaakt werden voor lafaards. “Je kunt met een paar man niets uitrichten tegen zo’n overmacht. En dat terwijl we nog geprobeerd hebben om de opmars te vertragen en vuur te trekken om de NAVO een reden te geven voor een luchtaanval”, aldus Boomsma.

Tegen de achtergrond van de meer dan achtduizend doden en het sneuvelen van zijn kameraad Raviv voelt hij zich belazerd en in de steek gelaten door de internationale
gemeenschap. Nog dagelijks verbaast hij zich erover hoe onbegonnen die Srebrenica-operatie achteraf gezien was. Toch gelooft Boomsma dat de inzet op zichzelf juist was.

Hij heeft zijn leven nu naar omstandigheden redelijk op orde. “Maar”, vult hij aan, “ik wil rust in mijn hoofd. Ik moet ermee leren leven. Ik ben door dit alles afgekeurd. Gelukkig heb ik mijn 4 jaar oude zoon. Hij is nu mijn anker en betekent alles voor me.”