23 augustus 2019
Home Verhalen van veteranen ‘Wat ging er gebeuren met ons land met ons?’

'Wat ging er gebeuren met ons land, met ons?'

Veteranen Hendrikx en Hellendoorn over het begin van de Tweede Oorlog.

Foto header: NIMH

Op 29 augustus 2019 vindt er bij het Veteraneninstituut een zeer bijzondere ontmoeting plaats. In het kader van 75 jaar vrijheid en de mobilisatie die 80 jaar geleden startte, zullen ruim 100 WOII-veteranen samenkomen in Doorn. Zij hebben gestreden voor het herwinnen en behouden van onze vrijheid. Veteranen Leo Hendrikx en Hans Hellendoorn zullen deze dag aanwezig zijn. Lees hier hun indrukwekkende verhaal.

‘‘Wij zwierven vaak rond bij de rivier. Daar vonden we een doodgeschoten soldaat die in het prikkeldraad hing. Dat maakte indruk. We waren niet bang voor de Duitsers. We voelden vooral onzekerheid. Wat ging er gebeuren met ons land, met ons?’’


– Hendrikx

Leo Hendrikx

Leo Hendrikx is geboren op 21 september 1923 in het Limburgse Horn. Hij zat op het gymnasium toen de oorlog uitbrak: ‘’Om 4 uur ‘s nachts maakte mijn moeder me wakker. Er werd gevochten om de spoorburg bij Roermond. Het begin van de bezetting.’’

Met zijn drie beste vrienden besloot Hendrikx naar Engeland te gaan. Ze schreven een brief aan hun ouders en vertrokken. Hendrikx was op dat moment 16 jaar oud. Wat volgt is een indrukwekkende reis.

‘’In België verkochten we onze fietsen voor 100 gulden en met dat geld namen we de trein naar Parijs. De reis zou maanden duren. Meerdere keren werden we aangehouden, vastgezet en kwamen we weer vrij.’’

Met twee van zijn vrienden reisde Hendrikx verder via het zuiden van Frankrijk en Spanje naar Curaçao. Vervolgens op een tanker naar New York, als werkend passagier. Door na Canada, waar ze zich melden bij een Nederlands rekruteringscentrum. Na een paar dagen staken ze met de Queen Mary over naar Engeland. Daar werd Hendrikx Spitfire piloot bij de RAF. De opleiding duurde lang en hij werd ongeduldig: ‘’De opleiding duurde twee jaar waardoor ik pas in 1945 operationeel werd. Ik dacht: straks is de oorlog afgelopen en ben ik er niet bij.’’

Hendrikx kwam terecht bij het 322 squadron van alleen maar Nederlandse vliegers. Inmiddels was Zuid-Nederland bevrijd. ‘’Op Eerste Paasdag ging het fout, ik moest een noodlanding maken in vijandelijk gebied. Met een verband gezicht en een arm uit de kom werd ik naar een ziekenhuis in Apeldoorn gebracht. De eerste dagen van de bevrijding werd er niet echt meer naar ons omgekeken. Ik kon niemand laten weten dat ik nog in leven was. De communicatie was een chaos.’’

Hendrikx wilde zo snel mogelijk weer vliegen en dat is gelukt. Terug in Engeland kroop hij voor even in een Spitfire. Zonder formele toestemming, maar hij wilde na het neerstorten aantonen dat hij het nog kon. Hendrikx:

‘’Na de oorlog was alles gericht op de toekomst. Er werd niet meer gesproken over die oorlog. Ik heb mijn vader nooit mijn verhaal verteld. Hij vroeg er niet naar en ik zweeg erover. Misschien was het ook de behoefte aan een zekere verdringing.’’

“Ik had de eed afgelegd dat ik het vaderland zou verdedigen. Nou, dan doe je dat. Dat is ook wat ik aan volgende generaties wil doorgeven: wees weerbaar en blijf principieel.”


– Hellendoorn

Hans Hellendoorn

Hans Hellendoorn (100) beleefde de Duitse invasie in mei 1940 vanuit een Fokker verkenningsvliegtuig. Hij zat achter de piloot. Als waarnemer bij de luchtmacht (sinds 1937) bediende hij onder meer de boordmitrailleurs: “Ik voelde geen angst. We waren pisnijdig en wilden ons verweren. Met mijn mitrailleur voor en achter schoot ik op vliegtuigen aan de grond. Ik heb, geloof ik, ook een paar bommen laten vallen.”

Na de demobilisatie ging Hans biochemie in Utrecht studeren: “toen de Duitsers alle studenten dwongen een loyaliteitsverklaring te tekenen, weigerde ik en kon ik geen colleges meer volgen.” Hij vulde zijn dagen met het rondbrengen van illegale briefjes van het verzet en het doorgeven van informatie over Duitse troepenbewegingen:

“Elke dag bracht ik een gecodeerd briefje naar de huisarts. Hij gaf de informatie door aan iemand met een geheime zender. Via Radio Oranje begreep ik dat er ook gebruik werd gemaakt van de informatie.” De huisarts werd later verraden en naar een concentratiekamp gestuurd. “Hij heeft de oorlog overleefd, maar was zwaar beschadigd. Ik ben met zijn dochter getrouwd.”

Toen in 1944 de Binnenlandse Strijdkrachten werden opgericht, werd Hans gevraagd om als oud-militair een groep rond Bilthoven op te zetten. Tegelijkertijd rukten de geallieerden op vanuit Frankrijk. Hans en zijn mannen kregen het verzoek de enige spoorlijn naar het zuiden op te blazen om te voorkomen dat de Duitsers versterking naar het zuiden zouden sturen. “Ze gaven ons kneedbare springstof. Daar hadden we geen enkele ervaring mee.” Nadat de strijdkrachten via spoorwerkers de beste plek hadden gevonden, deden ze op een nacht een poging met een flinke kluit springstof. “Het mislukte. De rails werden wel kromgetrokken, maar verder gebeurde er niets. Ik heb er nog steeds af en toe buikpijn van: we verloren vier man.”

Of Hans beschadigd is door de oorlog weet hij niet. “Misschien wel”, denkt hij. “Ik ben in ieder geval blij dat ik mijn rug recht heb gehouden.’’