Home » Veteranen & hun missies » Verhalen van veteranen » Vijf dingen die je misschien nog niet wist over de Indië-herdenking

Vandaag staat Nederland stil bij de capitulatie van Japan en worden de slachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog van de Japanse onderdrukking in en om Nederlands-Indië herdacht. Deze herdenking is inmiddels een begrip, maar de volgende vijf zaken zijn minder bekend.

1. De Indië-herdenking heeft een eigen herdenkingssymbool: de Melati

Om de jaarlijkse herdenking op 15 augustus meer tot leven te brengen binnen de Indische gemeenschap en daarbuiten, heeft de organisatie sinds 2015 een eigen herdenkingssymbool: de Melati, de Indische Jasmijn. Net als de anjer die op Veteranendag wordt gedragen, is ook dit een witte bloem. De Melati staat voor gevoel, groei en ontwikkeling, voor tederheid en vergankelijkheid. Een enkele witte bloem verwijst symbolisch naar het familielid dat er niet is. Witte bloemen staan voor onschuld en puurheid, maar ook voor verdriet en gemis.

De Melati is een typisch Indische bloem. Het is een bloem uit het moederland die in Nederland maar moeilijk kan gedijen. Zoals de geur een lang vergeten herinneringen oproept, zo staat de afbeelding van deze bloem symbool voor het niet-vergeten.

2. De Indië-herdenking is nog niet zo lang een begrip

Pas in 1988 werd, na een intensieve en jarenlang lobby, besloten dat 15 augustus een officiële, jaarlijks terugkerende herdenkingsdag zou worden. Dit had alles te maken met de pijnlijke nasleep van de dekolonisatiestrijd en de soms gevoelige relatie tussen Nederland en Indonesië. In Nederland was er eigenlijk geen ruimte voor de oorlogsgeschiedenis uit Indonesië en in de jaren na de Tweede Wereldoorlog was men erg gefixeerd op de viering van de bevrijding op 5 mei en de dodenherdenking op 4 mei. Voor Indo-Europeanen betekende dit dat zij zich in stilte aanpasten aan hun nieuwe leven met weinig ruimte voor herstel.

Zodoende vonden de eerste herdenkingen op 15 augustus plaats in besloten kring. Mensen met een gedeelde Indische achtergrond kwamen samen om de ingrijpende gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog in elkaars gezelschap te herdenken. In de Nederlandse samenleving heerste in de decennia na de Indonesische onafhankelijkheid een traumatisch gevoel jegens het koloniale verleden. De relatie met Indonesië lag lange tijd gevoelig en zodoende was er weinig belangstelling voor de oorlogsslachtoffers uit de voormalige kolonie.

Pas in 1970, 25 jaar na dato, vond de eerste uitgebreide herdenking van het einde van de oorlog in Azië plaats. 10.000 mensen kwamen bijeen, waaronder koningin Juliana, prinses Beatrix en prins Claus. Na de herdenking werd er een klassieke rijsttafel in het Congresgebouw geserveerd. De herdenking was als eenmalig bedoeld, maar in de Indische gemeenschap bleek dat velen de behoefte hadden aan een herhaling van deze herdenking. Na een intensieve en jarenlange lobby werd er in 1988 besloten dat 15 augustus een officiële, jaarlijks terugkerende herdenkingsdag zou worden.

Met de onthulling van het Indisch Monument in 1988 door koningin Beatrix kreeg de herdenking een nationaal en permanent karakter. Hiermee kreeg de Indische gemeenschap eindelijk een eigen monument waar zij jaarlijks overleden dierbaren kan herdenken. In 1999 erkende het kabinet-Kok 15 augustus 1945 als de officiële datum waarop de Tweede Wereldoorlog tot een einde kwam voor Nederland.

3. De betrokkenheid van de premier

Op verschillende momenten heeft premier Mark Rutte zijn betrokkenheid getoond bij de Indische gemeenschap en hij is vaak aanwezig bij de herdenking op 15 augustus. Dat is niet geheel verwonderlijk, want de vader van Mark Rutte was in Nederlands-Indië directeur van de handelsonderneming Jacobson, Van den Berg & Co. Samen met zijn vrouw en hun drie kinderen woonde hij aan de Tosariweg in Batavia, het huidige Jakarta.

Door de oorlogsdreiging met Japan werd vader Rutte onder de wapenen geroepen. Hij diende als reserve tweede-luitenant infanterie bij het KNIL. Na de Nederlandse capitulatie verdween vader Rutte in een krijgsgevangenenkamp. Moeder Rutte kwam met haar drie kinderen in het kamp Tjideng in Batavia terecht. Daar overleed zij vlak voor de bevrijding, op 20 juli 1945. Na de oorlog is zij herbegraven op het Nederlands ereveld Pandu in Bandung. Daar rust zij nu nog. Vader Rutte keerde met hun drie kinderen terug naar Nederland en hertrouwde met een zuster van zijn overleden vrouw. Uit dit huwelijk werd Mark Rutte geboren in 1967. “Mijn vader zette mij op zijn knie en vertelde spannende verhalen. Ik heb daar veel van geleerd. Zijn verhalen behoren nu tot mijn bagage.”, aldus Mark Rutte.

4. De feitelijke capitulatie op 2 september

Op 15 augustus klonk de stem van keizer Hirohito op de Japanse radio. Japanners hoorden deze stem voor het eerst in hun leven. De boodschap was helder. Japan had de oorlog verloren en capituleerde onvoorwaardelijk. Een laatste poging van conservatieve legeraanvoerders op de avond daarvoor om het uitzenden van de radioboodschap te voorkomen was mislukt.

Op grond van deze historische radio-uitzending wordt 15 augustus 1945 beschouwd als de dag waarop Japan capituleerde. De feitelijke capitulatie werd evenwel pas twee weken later, op 2 september 1945, aan boord van het Amerikaanse slagschip USS Missouri ondertekend. Toen pas was de Tweede Wereldoorlog officieel ten einde. Generaal Douglas MacArthur, die namens de Geallieerden de capitulatieverklaring ondertekende, sprak daarbij de volgende woorden:  It is my earnest hope —indeed the hope of all mankind — that from this solemn occasion a better world shall emerge out of the blood and carnage of the past, a world founded upon faith and understanding, a world dedicated to the dignity of man and the fulfillment of his most cherished wish for freedom, tolerance, and justice.

Namens het Koninkrijk der Nederlanden ondertekende luitenant-admiraal Conrad Helfrich de capitulatieverklaring op de USS Missouri. Helfrich was overigens niet de enige Nederlandse getuige van deze historische gebeurtenis, zij het dat anderen het tafereel op gepaste afstand moesten aanschouwen. Dat waren bemanningsleden van het Nederlandse schip ms Tjitjalengka, dat tijdens de oorlog door de Britse admiraliteit was gevorderd en dienst had gedaan als hospitaalschip. Op 2 september 1945 lag het schip al enkele dagen voor anker in de Baai van Tokyo.

5. Een capitulatie die geen bevrijding was

Op het moment dat Japan capituleerde bevonden zich ongeveer 90.000 Nederlanders en Indo-Europese burgers in Japanse interneringskampen in Nederlands-Indië, terwijl ongeveer 34.000 Nederlandse, Indo-Europese en Ambonese militairen verspreid over Azië in Japanse krijgsgevangenkampen verbleven. 16.000 burgers en ruim 8.000 krijgsgevangenen hadden de jarenlange gevangenschap niet overleefd. Voor de ruim 120.000 overlevenden van al deze kampen betekende de Japanse capitulatie in veel gevallen geen bevrijding. Hoewel op het Aziatische vasteland en op Sumatra dankzij de komst van geallieerde troepen tienduizenden geïnterneerden de kampen in het najaar van 1945 konden verlaten, duurde dat op Java in veel gevallen aanmerkelijk  langer. Door het uitbreken van de Indonesische revolutie en het daarop volgende geweld tijdens de beruchte Bersiap-periode duurde hun verblijf in de kampen soms tot diep in 1946.