30 maart 2020
Home Verhalen van veteranen “Vergeven maar niet vergeten”

“Vergeven, maar niet vergeten”

In memoriam luitenant ter zee 2e klasse O.C (b.d.) F.C. (Felix) Bakker

Een bijzonder mens is heengegaan. Op 28 maart 2020 overleed Felix Constantijn Bakker. Hij werd op 16 oktober 1925 in Batavia geboren als zoon van een Nederlandse vader en een Indo-Chinese moeder. Zijn vader had als stuurman bij de Gouvernementsmarine in Nederlands-Indië gediend. Toen hij twee was overleed zijn vader. Vanaf zijn derde bracht Felix Bakker zijn jeugd door in het christelijke kindertehuis van Johannes ‘Pa’ van der Steur in Soekaboemi. Van der Steur was een zendeling die halfwezen van overleden Nederlandse militairen en Indische vrouwen opving. Een keer per jaar, tijdens de grote vakantie, mocht hij zijn moeder in Batavia bezoeken.

Nadat hij de lagere school en de ambachtsschool had doorlopen, meldde Felix Bakker zich in oktober 1941 als jongen van zestien aan als vrijwilliger bij het Korps Mariniers in Soerabaja. Hij voorzag dat Nederlands-Indië niet aan de Japanse agressie zou ontkomen. Voor Felix Bakker was het duidelijk:

“Als je land je vraagt om mee te helpen verdedigen, dan doe je dat.”

Nog voordat zijn opleiding was voltooid, landden de Japanners eind februari 1942 op Java. Hij beleefde zijn vuurdoop toen hij betrokken raakte bij strijd tegen de Japanse troepen die naar Soerabaja oprukten. Na de capitulatie op 8 maart 1942 werd Felix Bakker krijgsgevangene. Via Batavia en Singapore belandde hij in 1943 in Thailand, waar hij dwangarbeid aan de beruchte Birma-Siamspoorweg verrichtte. Tijdens de gedwongen werkzaamheden aan de zogenaamde ‘dodenspoorlijn’ verloren ruim 100.000 burgers en 15.000 geallieerde krijgsgevangenen, onder wie 3.000 Nederlandse, het leven. Bakker wist te overleven.

Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 volgde Felix Bakker een opleiding in Jungle Warfare in Thailand en ging vervolgens via Bali terug naar Java. Daar raakte hij als marinier betrokken bij de dekolonisatieoorlog. In 1948 ging hij voor het eerst naar Nederland, het geboorteland van zijn vader. Hij was een tijdje betrokken bij de opleiding van mariniers. Vervolgens stapte hij over naar de Koninklijke Marine waar hij diende bij de Marine Inlichtingendienst (MARID). In 1958 werd hij voor anderhalf jaar uitgezonden naar Nieuw-Guinea, als chef de bureau van de Inlichtingen en Veiligheidsdienst in Hollandia. Na terugkomst volgende diverse plaatsingen binnen de Koninklijke Marine.

In 1975 verliet hij op vijftigjarige leeftijd de militaire dienst als luitenant ter zee 2e klasse O.C. . Hij was al gestart met een studie Sinologie (Chinese taal en cultuur) aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens zijn studie werd hij gevraagd als freelance-reisleider in Thailand en Indonesië. Vanaf 1978 werkte hij negen maanden per jaar fulltime als reisleider in Oost-Azië (Japan) en Zuidoost-Azië, voornamelijk in China en Indonesië. Hij kwam er in aanraking met allerlei verschillende volkeren en culturen en maakte veel vrienden, ook in Japan. In 2000 ging hij op 75-jarige leeftijd met ‘pensioen’.

Lange tijd verzweeg hij zijn oorlogsverleden. Hij wilde zijn kinderen niet met zijn nare ervaringen belasten. Mede op aandringen van zijn echtgenote begon hij er toch over te vertellen.

“Het is toch niet alleen mijn verhaal, maar ook dat van de maten die zijn omgekomen en van hen die het nooit konden of wilden vertellen.”

Dat deed hij de laatste twintig jaar in zelfgeschreven artikelen, in interviews, lezingen en mediaoptredens. Via het Herinneringscentrum Kamp Westerbork gaf hij als spreker gastlessen op scholen en vertelde over zijn ervaringen in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met zijn verhalen wilde hij de jongeren begrip bij brengen voor de standpunten van anderen. Hij streefde naar verzoening en vergevensgezindheid en wilde op die wijze bijdragen aan een tolerantere samenleving. Zijn boodschap aan de jongere generatie was steevast:

“Vergeven, maar niet vergeten en waakzaam blijven voor het behoud van onze kostbare vrijheid en zo nodig daarvoor vechten.”

Ondanks zijn steeds slechter wordende gezichtsvermogen bleef Felix Bakker tot op hoge leeftijd een belangrijke bijdrage leveren aan de publieksvoorlichting over de Tweede Wereldoorlog.

Felix Bakker, Bol Kerrebijn en Maurits Baal. Alle drie zaten in hetzelfde kindertehuis in Soekaboemi en alle drie traden jong in dienst van het KNIL of het Korps Mariniers (foto: Arjan Vrieze)

Naar eigen zeggen vormde de toespraak, die Felix Bakker in juni 2006 in aanwezigheid van Willem Alexander (toen nog prins van Oranje) als ‘oude’ veteraan tijdens de tweede Nederlandse Veteranendag in de Ridderzaal in Den Haag hield, een hoogtepunt in zijn leven. Een ander bijzonder moment was de kranslegging op 4 mei 2005 bij het Nationaal Monument op de Dam als bestuurslid van de Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg. Ook de toekenning van een koninklijke onderscheiding (Ridder in de Orde van Oranje-Nassau) tijdens de jaarlijkse herdenking van de slachtoffers van de dodenspoorwegen Birma-Siam en Pakan Baroe op landgoed Bronbeek in Arnhem op 18 augustus 2012 maakte diepe indruk op hem.

Op 11 maart 2019, een jaar geleden, presenteerde Felix Bakker in Herinneringscentrum Kamp Westerbork zijn memoires. In het boek Het zwijgen verbroken. Memoires van een oorlogsveteraan liet hij zijn veelbewogen leven en zijn boodschap tot verzoening vastleggen. Hij wist toen al dat zijn zwakke gezondheid hem niet veel tijd meer gunde. Met zijn aanwezigheid tijdens de boekpresentatie sloot hij zijn periode van gastsprekerschap en andere publieke optredens formeel af.

Met zijn dood verliezen we een markante en geliefde veteraan. Wij wensen zijn naasten veel sterkte in deze moeilijke tijd.

Interviewcollectie Nederlandse Veteranen (ICNV)
In de zomer van 2008 sprak interviewer Theo Boiten voor de Interviewcollectie Nederlandse Veteranen van het Veteraneninstituut tijdens vier verschillende dagen bijna tien uur lang met Felix Bakker over zijn strijd tegen de Japanners, zijn krijgsgevangenschap en zijn dwangarbeid aan de Birma-spoorweg, de dekolonisatieoorlog in Nederlands-Indië en zijn tijd bij de Marine Inlichtingendienst (MARID) in Nieuw-Guinea:

Beluister deel 1 – Jeugd en strijd tegen de Japanners (ca. 2.40 uur), 13 juni 2008

Beluister deel 2 – Strijd tegen de Japanners en dwangarbeid aan de Birma-Spoorweg (ca. 3 uur), 24 juni 2008

Beluister deel 3 – Krijgsgevangenschap en de dekolonisatieoorlog in Nederlands-Indië. (ca. 2.55 uur), 1 juli 2008

Beluister deel 4 –  Dekolonisatieoorlog in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea (ca. 1.50 uur), 12 augustus 2008

Spoor van 100.000 doden, VPRO 18 augustus 2014
Journalist en documentairemaker Twan Spierts maakte de eerste Nederlandse documentaire over Nederlandse krijgsgevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Birma-Siamspoorweg werkten. Tijdens een pelgrimsreis vertellen zij over de aanleg van de spoorlijn tussen Birma en Thailand en de ontberingen die zij als krijgsgevangenen van de Japanners moesten doorstaan. Een van hen was Felix Bakker. Klik hier om de documentaire te bekijken.

Het Spoor Terug: De jongens van Soekaboemi, VPRO, 8 en 15 december 2019
Op zondag 8 december en zondag 15 december 2019 zond VPRO-radioprogramma OVT een tweedelige radiodocumentaire uit waarin Maurits Baal (96), Felix Bakker (94) en Bol Kerrebijn (92) vertellen over hun jeugd in Nederlands-Indië en hun veelbewogen leven daarna. De drie veteranen zaten bij elkaar in hetzelfde kindertehuis in Soekaboemi.

Bekijk hier deel 1 van Het Spoor Terug: De jongens van Soekaboemi, 8 december 2019

Bekijk hier deel 2 van Het Spoor Terug: De jongens van Soekaboemi, 15 december 2019