Home » Veteranen & hun missies » Verhalen van veteranen » ‘Na de val van Srebrenica vingen wij de vrouwen en kinderen op’

Edwin van Dijken (45) werkt sinds 2006 bij de politie (eenheid Basispolitiezorg). Na missies in Bosnië en Kosovo voor de Koninklijke Marechaussee, vertrekt hij over twee maanden voor een jaar naar Georgië. “Tijdens een uitzending samenwerken schept een band die moeilijk te begrijpen is voor mensen die het niet hebben meegemaakt. Als je eenmaal op missie bent geweest, word je een ‘missie-junkie’.”.

Dat militairen onderling een bijzondere band hebben, blijkt wel uit de ervaringen die Edwin opdoet tijdens zijn huidige baan. “Ik ontmoet natuurlijk elke dag allerlei mensen. Op de een of andere manier merk ik het meteen als iemand militair is geweest. Als ik dan vertel dat ik zelf ook heb gewerkt bij Defensie geeft dat een ingang om contact te krijgen. Er is een band, waardoor je goed met elkaar kunt praten.”

Herinneringen aan zijn diensttijd zijn er natuurlijk nog volop. Dat er kortgeleden uit het niets een oude ‘bekende’ voor zijn neus stond, was wel heel bijzonder.

Ik was aan het werk op het politiebureau toen ik een vrouw hielp die afkomstig was uit voormalig Joegoslavië. Ik vertelde haar dat ik als militair op de Tuzla Air Base heb gezeten. Ze begon te huilen. Wat bleek? Zij was een van de vrouwen die ik toentertijd heb opgevangen.

Edwin is op uitzending geweest naar: Bosnië 1995 en Kosovo 2012

“Ten tijde van de Bosnische oorlog werd ik als onderdeel van de United Nations Peace Force gestationeerd in Tuzla. Geregeld heb ik in de bunkers moeten schuilen tegen granaataanvallen van de Serven. Na de val van Srebrenica hebben wij alle vrouwen, kinderen en ouderen opgevangen op de luchthaven. Wij zetten tenten op, surveilleerden, deelden eten en drinken uit. Het was een heftige periode.

De uitzending naar Kosovo was een politiemissie. Ik diende daar als subject-expert voor het verkeer. Alles wat hiermee te maken had regelde ik. Denk bijvoorbeeld aan verkeersongevallen of het zichtbaar maken van verkeersleiders. In Kosovo werken ook Serviërs en Albanezen. Met name de Serviërs zijn sceptisch over de EU en VN.”

Omdat ik in Bosnië de Slavische taal had leren kennen, kreeg ik hierdoor direct een band met deze mensen. Ik kon wat meer bewerkstelligen dan andere collega’s. Een Duitse collega van mij is gillend weggerend omdat hij niks voor elkaar kreeg. Bij mij was dat niet het geval.

Waarom herdenken?

“Dat wij nu in vrijheid leven hebben wij te danken aan de mensen die voor ons hebben gevochten in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Maar er zijn nog steeds mensen die voor ons aan het strijden zijn. Twee minuten stil zijn is wel het minste wat je kunt doen.”

Tijdens de 2 minuten stilte zal ik zeker denken aan…

“Jeffrey Broere. Hij was de eerste Nederlander die overleed tijdens de missie in Bosnië. Een granaat viel precies op de plek waar hij naar toe vluchtte. Vlak voor hem. Het was een shock, een Nederlander die werd gedood. Ik heb zijn dossier moeten opmaken.”

Hij heeft het ultieme offer gebracht.