Home » Veteranen & hun missies » Verhalen van veteranen » “Relaties dóór het vuur. Zo moet het zijn.”

“Relaties onder vuur, samen aan zet” was het thema van de veteranenlezing die op 5 november werd gehouden in Ede. Een moeder, een majoor, een psychiater en maatschappelijk werker wierpen hun blik op dit thema.

Defensie-minister Ank Bijleveld opent de middag met een verslag van haar telefoongesprek met de veertienjarige Anna: “Net als ik de dochter van een militair.” We zien een foto van de houten schildpadsleutelhanger die Anna altijd op tafel legt bij een toets op school. “Ze mist haar vader vooral als ze een lekke band heeft, want haar moeder kan slecht banden plakken.” Ank Bijleveld herkent dat deel van Anna’s verhaal zelf niet: “Mijn vader was ook vaak weg, maar mijn moeder kon juist enorm goed banden plakken.” De zaal wil weten wanneer de minister zélf voor het laatst een band heeft geplakt. “Ik heb niet zo vaak tijd meer om te fíetsen,” lacht ze. Dan wordt haar toon serieuzer.

We weten dat de informatievoorziening vóór de uitzending door militairen en hun families als voldoende wordt ervaren, maar ook dat de tevredenheid gaandeweg de termijn van de uitzending afneemt. Maatwerk wordt gewaardeerd, maar daarvoor is het belangrijk dat we weten waar de behoeften liggen.

Neem het gezinssysteem mee in de zorg

Onderzoeker Jacco Duel van het Veteraneninstituut toont de resultaten van een onderzoek van enkele maanden geleden, verricht onder 372 veteranen die ‘hun thuisfront’ – bij 85% was dat de partner – een vragenlijst lieten invullen. “Zeventig procent ervaart géén problemen na de uitzending,” zegt Jacco. “En 14% geeft aan dat er wel problemen waren, maar dat die inmiddels voorbij zijn.” Op de open vraag hoe de uitzending van invloed is geweest op de relatie, variëren de antwoorden van “De band in ons gezin is nóg hechter geworden” tot “de veteraan is harder geworden door de uitzending.” Het is van belang,” zegt Jacco, “dat we mensen van het thuisfront gaan vinden, binden en boeien. Zéker de groep die aangeeft meer waardering nodig te hebben.”

Publicist en psychiater Bram Bakker plakt zijn banden al een tijdje niet meer zelf, hij betaalt liever de fietsenmaker, om in die tijd iets goeds te doen voor zijn eigen vak. “Een psychiater is een dokter,” zegt hij. En daar zit vaak het probleem. “Want in het medische model wordt het systeem – de familie en vrienden met wie de patiënt leeft – vaak onvoldoende meegenomen in de diagnose en behandeling.” Bakker pleit voor het goed horen van families van veteranen die zorg nodig hebben. “Mensen zijn sociale wezens. Ook de ‘prognose’ hangt nauw samen met of je thuis iemand hebt om je belevenissen mee te delen. Dat is onderzocht, het geldt ook voor kanker.” Bakker zou het verstandig vinden een nulmeting te verrichten bij mensen vóór ze op uitzending gaan.

Waar komt iemand vandaan, hoe was deze militair eraan toe vóór hij of zij wegging? Anders laten we het hele test-instrumentarium vooraf in de kast liggen, maar zeggen als iemand dan met klachten terugkeert: die is gek!

Als Defensie met slecht nieuws komt…

Dagvoorzitter Willemijn Veenhoven interviewt dan Ingrid van Duren, de moeder van Eritrea-, Irak en Afghanistanveteraan Rob Severs. Rob raakte ernstig gewond tijdens zijn uitzending in 2009. “Op de radio had ik die ochtend gehoord dat er een voertuig op een bermbom was gereden,” zegt Ingrid. Maar pas toen een auto van defensie voor de deur stopte en er een meneer vroeg of hij binnen mocht komen, wist ze dat het fout zat. Voor Ingrid telde aanvankelijk maar één ding: Rob leefde. Hij lag lang in coma. Het moment dat ze haar in de familiekamer van het ziekenhuis kwamen vertellen dat hij aan het bijkomen was, vergeet ze nooit meer.

Rob werd wakker en zei ‘Hoi mam’. Een tijdje keek hij stil naar de stellage aan zijn voeteneind. ‘Het is eraf he?’ vroeg hij. Ik moest dat beamen, zijn been was hij kwijt. ‘Maar deze jongen gaat alles weer doen,’ zei hij.

De eerste weken waren Robs collega’s zijn allerbeste therapie. “Ze kwamen voor hem van Curaçao. Het ziekenhuis stelde een bezoekregeling in: niet meer dan 10 mariniers tegelijk bij Rob op de kamer.” Maar met Ingrid ging het na die eerste hectische weken niet goed. Hulp van defensie kreeg ze niet, die werd alleen aangeboden aan Robs toenmalige partner. Pas toen Ingrid in 2016 met Rob mee was naar de Invictus Games in Orlando, veranderde er iets. “Ik zat er op een gegeven moment helemaal doorheen en kon alleen nog huilen. Generaal Middendorp kwam even bij me zitten en wist de goede woorden te vinden waarmee ik verder kon. Hij drukte me op het hart hulp te zoeken.” Dat heeft ze gedaan en nu helpt ze anderen. “Eén telefoontje en we stappen in de auto, die tranen móeten gedroogd.” Voor defensie heeft Ingrid een opdracht:

Ga de militairen na hun uitzending thuis bezoeken. Met alleen een brief vraagt geen militair om hulp. Ga erheen, open thuis het gesprek. Ik weet dat ik veel vraag, maar het is nodig.

Sluit het aanbod aan bij de vraag?

Maatschappelijk werker Wietse Verhaar is in de 12 jaar dat hij militair was drie keer op missie geweest. “En ik sta nog steeds militairen en hun families bij in het op uitzending gaan en het weer terugkomen. Zorg is een continu proces, het begint op de kazerne in Nederland. Misschien vragen we daarbij onvoldoende: is uw thuisfront ook fit voor de uitzending?” Wietses vrouw was heel moe toen hij de eerste keer op uitzending ging. “Maar ik zat in mijn voorbereidende oefeningen en eenmaal in Afghanistan bleek ik in een oorlogsmissie terechtgekomen te zijn. Ik had mijn handen eraan vol.” Hij beschrijft hoe het thuis fout liep. Zijn vrouw sloot zich af voor het nieuws, terwijl zijn moeder juist gekluisterd aan CNN alles opzoog. “Ik dacht dat ze elkaar wel zouden gaan helpen als ik eenmaal weg was, maar ze gingen er zó verschillend mee om.” Defensie doet haar best, weet Wietse als geen ander.

Maar het gat tussen wat je aan hulp aanbiedt en wat mensen willen aanvaarden kan enorm groot zijn. Mijn vrouw had helemaal geen zin in leuke thuisfrontdagen. Het sloot niet aan bij wat zíj nodig had.

Het verhaal van twee kanten

Dan komt majoor Gwenda Nielen aan het woord, bekend van het tv-programma Expeditie Robinson. “Ook een soort uitzending,” lacht ze. Maar vandaag vertelt ze over haar dubbelrol als thuisfronter van haar man – die ook militair is – én zelf uitgezonden militair. “Op uitzending zijn is leuk,” zegt ze. “Maar alleen thuis zijn met jonge kinderen maandenlang, dát vond ik echt zwaar. Er zijn zoveel vragen die je even met je partner zou willen bespreken, maar dat kan niet.” Gwenda vindt het een voorrecht als je op uitzending mag gaan, je partner je dat gunt. Trots laat ze de situaties zien waarin ze in Afghanistan iets heeft kunnen betekenen voor de lokale veiligheid, en dan komt ook haar gevechtsinsigne in beeld. “Ik lag lang onder vuur. Dat was heftig. Omdát ik dit verhaal met mijn partner kon delen, heb ik het kunnen verwerken. Praten lucht op.” Gwenda raadt stellen aan problemen op te lossen vóór de uitzending gaat. “De uitzending lost zelf niets op!” Ze vindt dat deze dag beter ‘relaties door het vuur’ had mogen heten.

Want dat is het, als je elkaar door dik en dun steunt. Dan ga je voor elkaar door het vuur. Wie het positief benadert en in gesprek blijft met elkaar, heeft een beter incasseringsvermogen.

Zangeres Do zingt tot slot enkele liedjes van haar nieuwe album en Vi-directeur Ludy de Vos belooft de signalen van vandaag serieus op te pakken.

Sinds de invoering van de veteranenwet is er keihard gewerkt aan de zorg voor veteranen. Daarbij hebben we een achterstand in de zorg voor het thuisfront opgelopen. We gaan met zijn allen ons best doen die achterstand nu zo snel mogelijk in te lopen. Dat beloof ik u.