Home » Veteranen & hun missies » Verhalen van veteranen » “Mijn missie begon op 4 mei”

In 1962 ging Ben Pijpker naar Nieuw Guinea, als jonge dienstplichtige bij 928 Luchtdoel Artillerie uit Appingedam. Met het meisje dat hem uitzwaaide is hij inmiddels 51 jaar getrouwd en op 4 mei staat Bernard in het erecouloir op de Dam. Tijd voor een terugblik.

“We voeren met de ss Waterman – 850 militairen aan boord – bij Hoek van Holland uit op 4 mei 1962,” zegt Bernard Pijpker. “Op het dek waren we samen die avond twee minuten stil om 8 uur.”

En we dachten waarschijnlijk allemaal hetzelfde: wie is er straks voor ons stil? Komen we terug?

De reis voerde langs Curaçao en Honolulu, 40 dagen waren ze onderweg. “Ik kwam helemaal los van de situatie thuis op die boot. Tweemaal legden we ergens aan. Maar verder alleen: de zee.”

“Op Nieuw Guinea had ik om de twee weken een week continudienst op een buitenpost,” herinnert Ben zich. “Een wacht was daar niet, we sliepen met twee man – ons wapen onder de klamboe – aan de rand van de rimboe. Het was een immens lawaai daar in de natuur, met al die krekels en nachtdieren.”

Maar soms was het ineens stil. Dát was het moment waarop je wakker schrok, je wapen meteen in de aanslag.

Erecouloir 4 mei

Er is ‘maar’ één militair uit de groep van Ben niet mee teruggekomen, zegt hij.

We stonden samen bij zijn graf. Aan hem denk ik op 4 mei als ik op de Dam sta.

“Maar ik zal ook een stil gebed doen voor de militairen die nu op uitzending zijn én voor hun familie.” In Bens tijd was alleen briefpost mogelijk. “Van mijn meisje kreeg ik twee keer per week en van mijn familie elke week een brief,  waar ik naar uit keek en die ik trouw beantwoordde.”

Moeder schreef hem:

Jongen, mocht je niet terugkomen: weet dat ik intens verdrietig zal zijn, maar er vrede mee zal hebben.

“Zoveel Engelse en Canadese moeders hebben hun kind niet teruggezien, om het goede dat die jongens voor Nederland hebben gedaan.” Bernard las het als een acceptatie van en als waardering voor wat hij deed daar in het verre Nieuw Guinea. “Haar woorden raakten me,” zegt hij. “Zo kan ik ook nog steeds de knokkelgroet voelen die ik als afscheid kreeg van een Papoea. ‘Jij bent goed, maar Den Haag: tidak baik’, zei hij: Den Haag was fout bezig.”

Ik had het gevoel dat we hen aan hun lot overlieten door te vertrekken.

Rusteloos

Thuisgekomen trof Bernard zijn blije vriendin aan.

Ze vond het geweldig dat ik er weer was. Ik zag er fit en gebruind uit.

“Ze wilde leuk met me uit, overal weer naartoe. Maar het boeide me niet, niks boeide me. Na een paar weken zei mijn moeder: Bernard, we doen vanaf nu allemaal weer normaal, hoor!”

Bernard trouwde, vond interessant werk en schoolde zichzelf hogerop in de avonduren. “Maar rond mijn vijftigste sloeg ik opeens iemand bijna in elkaar die me gewoon even op de schouders tikte. Ik was agressief, rusteloos. Via het Veteranen Platform kon ik toen gelukkig een periode in therapie. De onrust bleek voort te komen uit de constante alertheid op die buitenpost in de rimboe.”

Daar had ik kennelijk iets opgelopen dat ik onvoldoende had kunnen loslaten na die periode.

Doorzetten

Bernards uitzending naar Nieuw Guinea duurde veel korter dan de bedoeling was geweest, omdat Nederland onder druk van politieke ontwikkelingen Nieuw Guinea moest overdragen aan een overgangscommissie van de Verenigde Naties. “Dat was onbevredigend, door de afloop waarin wij zelf niet geloofden.”

Ik heb in mijn uitzending een enorm doorzettingsvermogen ontwikkeld én een hoge reactiesnelheid!

“Ik heb mijn dochtertje van 2 eens gered, toen ze van de trap viel. Ik snap niet hoe snel ik me onder haar wist te schuiven, om te voorkomen dat ze achterwaarts op het beton klapte. Ik denk dat het komt door die periode in Nieuw Guinea.”

Vrijheid is iets is om altijd te verdedigen.

“Ook als het even niet helemaal zo gaat als jij in gedachten hebt.”

Lees ook:

Op 4 en 5 mei staat het herdenken en vieren van vrijheid centraal en daarom zullen we je de komende tijd laten zien wie de veteranen zijn en wat zij doen. Wat is vrijheid? En hoe is het om te werken in een land waar geen of beperkte vrijheid is?