13 juni 2019
Home Verhalen van veteranen Lessen uit Libanon.

Lessen uit Libanon.

Missie tussen hamer en aambeeld.

Fotografie: Lars van den Brink

Veel van de dienstplichtige jonge mannen beleefden in Libanon de tijd van hun leven. Maar de missie had ook een zwart randje: het was zeker geen ‘vakantiemissie’. De samenleving toonde geen interesse en nazorg stond in de kinderschoenen. ‘Toen we over Beiroet vlogen zagen mijn jongens voor het eerst de kapotgeschoten stad en werd het doodstil in het vliegtuig. Dat was voor hun echt een schok’, zegt Peter van Uhm, voormalig Commandant der Strijdkrachten. Hij werd in 1983 uitgezonden naar Libanon als commandant van de A-compagnie van 44 Pantserinfanteriebataljon. Samen met Martin Elands van het Veteraneninstituut blikt Van Uhm terug op deze lastige missie. Van Uhm als ervaringsdeskundige en Elands als militair historicus.

Elands was onder meer betrokken bij het omvangrijke onderzoek naar UNIFIL en UNIFIL-veteranen. Het onderzoek leidde in 2004 tot de uitgave van het standaardwerk Vredesmacht in Libanon en het onderzoeksrapport Libanon laat ons nooit helemaal los. Een opvallende uitkomst was de manier waarop Defensie de missie voor aanvang presenteerde.

 Elands: ‘Tal van jongens waren geschokt door wat ze in Libanon aantroffen. Defensie schetste bij aanvang het beeld van een vakantiemissie, als reactie op een actiecomité van verontruste ouders. Defensie wilde die angst en weerstand tegen de uitzending wegnemen en het thuisfront ervan overtuigen dat het een veilige missie was. Er werd zelfs een filmpje uitgebracht met opnames van het strand. Frustraties daarover vergrootten later de behoefte aan erkenning en waardering. Er vonden tijdens de missie de nodige incidenten plaats waardoor de uitzending vanaf het begin anders werd ervaren. In de maatschappij was hier weinig aandacht voor.’

Machteloosheid
Libanonveteranen scoren in onderzoeken hoger op klachten dan andere veteranen. De korte voorbereiding en het optimistische beeld dat voorafgaand aan de missie werd geschetst, lijken hier mede debet aan. Evenals het feit dat de militairen terechtkwamen in een omgeving die allesbehalve rustig was. Intimidatie, infiltratie en gijzelingen waren aan de orde van de dag. Elands: ‘Vanwege het mandaat konden ze hier in veel gevallen weinig tegen doen en soms waren ze zelfs een speelbal, bijvoorbeeld tijdens de inval van het Israëlische leger in 1982. Dat geeft een sterk gevoel van machteloosheid, dat ook naderhand impact kan hebben.’

Van Uhm had zo zijn eigen methode om het gevoel van machteloosheid te bestrijden. ‘In mijn tijd hadden we vooral problemen met de Israëli’s en hun vazallen. Die hielden we in de gaten. Ik had toen als stelregel: alles wat de Israëli’s doen, rapporteren we. Als zij een huis binnenvielen, zorgde ik ervoor dat een van mijn mannen ook mee naar binnen ging. Als zij patrouilles liepen, dan liepen er ook een paar van mij bij. Ik kan je verzekeren dat mijn mensen deze opdrachten met plezier opvolgden. Ook omdat de Israëli’s niet correct met de bevolking omgingen.’

Nazorg
Eenmaal thuis was er – net als dertig jaar eerder veel Indiëveteranen hadden ervaren – maar weinig aandacht voor de verhalen van de Libanongangers. ‘We kregen nog een ceremonie en dat was het dan’, vertelt Van Uhm. ‘Dat was niet goed voor de verwerking. We vroegen in die tijd niet aan elkaar hoe het ging, en evenmin of er thuis iemand was met een luisterend oor.’

Als organisatie waren we niet met nazorg bezig. Ook de samenleving niet, die zat niet op ons verhaal te wachten. Dat valt rauw op je dak.’

Elands zegt dat er al snel gezondheidsonderzoek werd gedaan onder de Libanonveteranen. ‘Na terugkeer van de eerste groep waren er al signalen dat het met sommigen niet goed ging. De toenmalige Sectie Individuele Hulpverlening van Defensie pikte dit op en voerde in 1981 onderzoek uit. Het bleek dat een deel van de militairen met problemen was teruggekeerd. Vervolgens werd geadviseerd om bij terugkeer meer voorlichting te geven en groepsgesprekken te organiseren. Eigenlijk zoals we dat nu tijdens de adaptatie doen. Dit advies werd toen niet opgevolgd.’

Desondanks bleven problemen onder teruggekeerde UNIFIL’ers aandacht trekken. In 1986 was het aanleiding voor een groter onderzoek waaraan 4700 Libanonveteranen deelnamen. 2,5 procent zei dat ze hulp had gezocht voor psychische klachten. Elands: ‘Toen is er een schatting gedaan dat dit na verloop van tijd zou kunnen oplopen tot 10 procent, dus zo’n 900 man. [In totaal hebben ruim 9000 Nederlandse blauwhelmen deelgenomen aan deze missie, red]. Veertig jaar later is dat inderdaad aardig uitgekomen. Het onderkennen dat niet alleen oorlogsinzet, maar ook deelname aan vredesmissies tot psychische klachten kon leiden, was eind jaren tachtig een stimulans om meer vaart te maken met het ontwikkelen van een volwaardig veteranenbeleid. Deelname aan vredesmissies zou immers vaker gaan voorkomen, zo was de verwachting.’

peter-van-uhm-checkpoint-artikel-lessen-uit-libanon-missie

Imago
Hoewel UNIFIL – en het Nederlandse smaldeel daarbinnen – in de loop van de jaren de nodige onderscheidingen heeft gekregen, is het imago van de missie niet altijd even positief. ‘Een missie tussen hamer en aambeeld’, stelt Elands.

De uitzending zat tussen de grote missies in Nederlands-Indië en Korea enerzijds en Bosnië en Afghanistan anderzijds in. Die krijgen nog altijd de nodige aandacht, terwijl Libanon snel wegzakte in het collectief geheugen.

Bovendien voerden in het nieuws vooral verhalen van veteranen met gezondheidsklachten de boventoon. Dat leverde een eenzijdig beeld op, want voor de meeste veteranen was het toch een verrijking. Zij kijken met voldoening terug op hun uitzending.’ Dat beaamt Van Uhm. ‘De meeste Libanonveteranen die ik spreek zijn heel positief over hun ervaringen. De bevolking is nog altijd heel dankbaar voor hun inzet en ze hebben zichzelf beter leren kennen. Ook voor mij was het een vormende ervaring, als mens en als militair. Ik ben er toen achter gekomen dat als het spannend wordt, ik in een soort overdrive kom. Dan neem ik alles op en ga meteen handelen. Dat heeft mij een zelfvertrouwen gegeven dat mij sinds Libanon enorm heeft geholpen.’