4 mei 2017
Home Verhalen van veteranen ‘Met de jeep van Libanon naar Amsterdam’

‘Met de jeep van Libanon naar Amsterdam’

Als kind droomde officier Thomas Milo (66) elke nacht een hardnekkige droom: dat hij sneuvelde in de Tweede Wereldoorlog. Je zou het een ‘tweede-generatie-trauma’ kunnen noemen. Maar eenmaal in Libanon sneuvelde hij niet. “Sterker nog: ik was in mijn element.” Op 5 mei gaat Thomas speeddaten op het bevrijdingsfestival in: Wageningen.

Ik ben naar Libanon gegaan met een trauma, en ik ben zonder trauma teruggekomen,

beschrijft Thomas zijn persoonlijke geschiedenis. “Mijn broer is als jong kind in de Tweede Wereldoorlog omgekomen, mijn halve straat uitgemoord in concentratiekampen. De generatie van mijn ouders heeft meer geslikt van de Duitsers dan ik kon accepteren. Ook om dat te bewijzen ben ik naar Libanon gegaan.

 

Ik wilde niet weerloos zijn. Mijn vader was vegetariër en anti-militarist. Ik vond dat een ontroerende gedachte, maar als organisme zijn we gevormd door vier miljard jaar moord en doodslag, niet als uitkomst van goed overleg. Weerbaarheid hoort erbij.”

Thomas is op uitzending geweest naar: Libanon, in 1980-‘81 en 1983

Ik ben taalkundige en in Libanon waren mensen nodig die Arabisch spraken. Dat is overigens minder eenvoudig dan het lijkt: in het grensgebied waar wij zaten werd een dialect gesproken, dat helemaal niet in kaart was gebracht. Ik ging er als officier heen. Ze hadden ons zo dringend nodig dat ik moest aandringen op éérst een militaire opleiding.

Als rechterhand van de majoor Hoofd Operatiën heb ik diplomatieke contacten gelegd, lokale burgemeesters gesproken, inlichtingenwerk gedaan en was ik betrokken bij gewapende confrontaties. We vormden het meest kwetsbare deel van het bataljon. Ik ging vaak alleen met een chauffeur op pad of – vanwege gebrek aan chauffeurs – zelf achter het stuur met een te velde uitgereikt militair rijbewijs, begeleid door een gewapende hofmeester.

Ik wist heel goed welk risico ik nam. Had ook maatregelen genomen voor het geval ik niet meer terug zou komen zoals afscheid van mijn zus en zwager. Niet iedereen begreep dat. Het ontroert me daarom des te meer als mensen zich wel realiseren dat toen en nu jonge mensen bereid zijn hun leven te geven voor een ander land.

Wat wil je graag overbrengen tijdens de speeddate?

Ik hoop bezoekers van het bevrijdingsfestival duidelijk te maken hoe belangrijk beschaving is. En humor. Een conflict is polarisatie van mensen die de tegenstander niet meer kunnen begrijpen.

“Tussen twee van dat soort partijen zaten wij in. Dat was keihard – maar het had bij vlagen een hoog Monty Python-gehalte. Daar stond ik dan, officer and gentleman, strak in het uniform, met glimmend gepoetste laarzen en met een blauw petje op, om aan plaatselijke woestelingen uit te leggen dat ze hun conflicten wel een beetje netjes moesten oplossen. Ik, afkomstig van een continent dat in één eeuw meer kapot had gemaakt dan welke beschaving dan ook.”

Wat heb je geleerd tijdens je uitzending?

“Het zit letterlijk in je DNA, daarom wen je schrikbarend snel aan oorlog, maar na mijn eerste uitzending ging de overgang naar het vreedzame Nederland te abrupt. Alsof je zonder decompressie-stops bovenkomt bij diepzeeduiken. Wat er gebeurt: je krijgt als het ware luchtbellen in je ziel. Toen de douane bij terugkomst op Schiphol in het volle zicht van het publiek onze plunjezakken doorzocht alsof we drugsdealers waren in plaats van vredessoldaten – ze haalden zelfs een vinger door ieder blikje militaire schoensmeer – ontplofte ik.

Na de tweede uitzending heb ik dat dan ook anders gedaan: in een ploegje van zes ijzervreters hebben we in het geniep drie gesloopte jeeps herbouwd en zijn we – tegen alle regels in maar met stilzwijgende toestemming van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten – vanuit Zuid-Libanon helemaal terug naar Amsterdam gereden. Achteraf bleek dat de langste rit ooit gemaakt door Nederlandse M38A1 Jeeps.