24 maart 2015
Home Verhalen van veteranen “Ik had voelsprieten voor wat er in Irak gebeurde”

“Ik had voelsprieten voor wat er in Irak gebeurde”

Iduna Obbema en haar man Ivo kenden elkaar pas kort, toen hij als marinier met SFIR2 naar Irak ging. Het contact over Ivo met haar schoonouders, de muziekjes die hij voor haar uitzocht, de foto’s die haar een beeld gaven van zijn beroep, dat waren allemaal dingen waardoor Iduna Ivo beter leerde kennen, terwijl hij in Irak zat.

“Het leger stond ver van me af. Ik heb zelf Kunst en Design gestudeerd en ben uiteindelijk communicatiemedewerker geworden. Via een gemeenschappelijke vriendin ontmoette ik Ivo. De vonk sprong al snel over. Aanvankelijk vertelde hij niets over zijn aankomende uitzending. Toen ik hoorde dat hij op missie naar Irak zou gaan, dacht ik: dan heb je net een relatie en ga je vier maanden weg. Je bent heftig verliefd, zit nog in dat prille begin eigenlijk… hoe gaat dat dan?”

Wat als hij doodgaat?

“We hebben in die tijd samen aan tafel gezeten omdat Ivo moest invullen wat er zou gebeuren als hij zou overlijden: wat voor muziek draaien we dan? Dat vond ik heftig. Ik wilde dat helemaal niet. Toen kwam het ineens wel heel erg dichtbij en ben ik maar eventjes naar buiten gegaan, zo van: kijk jij er nog maar even naar, ik laat het even bezinken.

Ik ging ook mee naar een informatiedag van het Korps Mariniers en wilde zo goed mogelijk weten wat Ivo te wachten stond. Halverwege de uitzending was er een film voor het thuisfront, over hoe de mariniers gelegerd lagen en hoe alles eruit zag daar. Ik ging samen met mijn schoonouders. Dát was vooral spannend, want zijn ouders kende ik eigenlijk nauwelijks. Ik heb hen door de uitzending ook veel sneller leren kennen dan anders het geval zou zijn. Verder was ik vooral met mezelf en met Ivo bezig en had geen oog voor de andere mensen die daar waren. Ik wilde zoveel mogelijk weten over Irak.”

Politiek en het militaire beroep

“Ik ben zelf altijd vraagtekens blijven zetten bij de politieke besluitvorming tot het uitzenden van militairen. Maar Ivo was een marinier. Op uitzending gaan was voor hem een bewuste keuze. Ik dacht vaak: hij is ervoor opgeleid, hij zal niet in zeven sloten tegelijk lopen. Maar soms kon het me toch wel even benauwen.

‘Ivo!’ dacht ik meteen als ik ‘Irak’ hoorde of las. Ik keek wel een paar keer per dag op het nieuws of er iets over Irak was. Als het woord ergens viel, was ik gefocust op de vraag of er iets gebeurd was. Het was niet dat ik echt ongerust was, maar ik was wel altijd alert. Dat was ook niet zomaar weg toen we weer bij elkaar waren.”

Echt, ook ík moest een beetje ‘terugkeren’ uit Irak toen Ivo weer thuis was.

“Ik vond het fijn om gekke kaartjes en pakketjes naar Ivo te sturen. De grootste grap was toen er via de EO een CD-rom gemaakt werd en ik een kerstboodschap voor Ivo kon inspreken. Dat heb ik toen in het Limburgs gedaan. Ik heb zoveel lol gehad om dat voor elkaar te krijgen, want zo eenvoudig is dat niet als je daar niet vandaan komt! Al met al herinner ik mij zijn uitzending vooral als de tijd waarin het fundament van onze relatie is gelegd.”