Home » Veteranen & hun missies » Verhalen van veteranen » De heldhaftige vrouw past nog niet in het zelfbeeld van álle mannen

De afgelopen decennia hebben vrouwelijke militairen laten zien dat zij in risicovolle (gevechts)situaties prima functioneren. Bijvoorbeeld majoor Mirjam Grandia. Dat vinden sommige mannen maar lastig om te accepteren. Een bekend fenomeen, door de wetenschap betiteld als het ‘female combat taboo’. Een artikel in de serie ‘gevechtservaringen’, het jaarthema van het Veteraneninstituut. 

In 2006 werd Mirjam Grandia gestationeerd in Afghanistan als planner. Maar het werk binnen de muren benauwde haar. Ze liet het er niet bij zitten en bemachtigde op eigen initiatief een plekje in een Amerikaans ‘Provincial Reconstruction Team’.  Een team dat actief was in Uruzgan, vlak na de grootschalige actie ‘Operation PERTH’.

Operation PERTH was de grootschalige operatie tussen 9 en 19 juli waarbij de Taliban werden verdreven uit de Baluchi-vallei in de provincie Uruzgan, vlak voor de start van de Nederlandse ‘Missie Uruzgan’. Deze operatie zorgde ervoor dat de omstandigheden,  waaronder de Task Force Uruzgan op 1 augustus 2006 zijn missie kon beginnen, aanzienlijk werden verbeterd.

Patrouille

Niet lang na die operatie maakte Majoor Grandia deel uit van een tweedaagse patrouille om in Chora informatie te verzamelen over mogelijk achtergebleven Talibanstrijders. Uitvalbasis van het team was ‘the white compound’ in Chora, later gebruikt door de Taskforce Uruzgan als permanente basis.

Samen met twee vrouwelijke Amerikaanse soldaten kreeg ik de opdracht om contact te leggen met de Afghaanse vrouwen. Dat zou voor het eerst zijn. Tot dat moment had het team überhaupt nog geen pogingen ondernomen om met de lokale vrouwen te praten.

Mening herzien

De Amerikaanse commandant van het team vond het namelijk maar niks. Het beeld was dat er zo weinig mogelijk vrouwen aan patrouilles zouden moeten meedoen, wat het zou te onveilig zijn. Vrouwen in een gevechtseenheid? Dat zou alleen maar problemen geven. De commandant moest zijn mening al snel herzien. Met succes wisten Grandia en haar collega’s waardevolle informatie te verzamelen.

We bezochten bijvoorbeeld de plaatselijke gezondheidskliniek, waar de Afghaanse vrouwen zonder hun man naar toe gingen en vrijuit konden praten. Diverse achtergebleven Taliban-strijders konden daardoor worden opgepakt.

Aanval

Op de terugweg door de vallei, richting de uitvalsbasis, ging het echter mis. Het Provincial Reconstruction Team werd bij het dorpje Shurg Murgab aangevallen door vijandelijke strijders en er volgde een hevig gevecht. Het PRT splitste zich op. Vier voertuigen gingen het gevecht aan in het dorp en vier voertuigen namen op een hoger gelegen gebied positie in om vuurdekking te bieden aan de militairen in het dorp. Grandia:

Ik was op dat moment de enige vrouwelijke militair in het dorp en kreeg de order om in één van de voertuigen te blijven zitten om het radioverkeer tijdens het vuurgevecht te monitoren, terwijl mijn mannelijke collega’s gevechtsposities innamen.

Toen de ‘gunner’ op het dak van het voertuig – waar Grandia zich op dat moment in bevond – niet meer in staat was om de anderen dekking te geven, besloot zij actie te ondernemen.  Ze verplaatste het voertuig verder het dorp in. Hoewel ze tegen de orders in dit initiatief nam, was haar actie van grote waarde. De ‘gunner’ kon daarna weer vuurdekking geven aan de mannen op de grond.

Female combat taboo

Uiteindelijk, na een drie uur durend gevecht, besloot de missieteamcommandant om het gevecht af te breken. Het team wist zich succesvol terug te trekken.  Slechts één van de soldaten raakte lichtgewond. In eerste instantie ontkenden de Amerikaanse mannelijke collega’s haar waardevolle rol. De teamgenoten van Grandia kregen voor deze actie de zogenaamde ‘Combat Infantry Badge’, terwijl zij hiervoor niet in beeld kwam. Dit is een bekend fenomeen. De wetenschap noemt dit het ‘female combat taboo’. In Nederland werd haar bijdrage wel direct op waarde geschat en ontving zij zeer terecht haar gevechtsinsigne.