1 februari 2018
Home Verhalen van veteranen Gastles in de gevangenis: “De jongen die het scherfvest aan mocht had er zelf één”

Gastles in de gevangenis: “De jongen die het scherfvest aan mocht, had er zelf één”

Bosnië-veteranen Helmy en Esther – nu vrijwilligers bij ‘veteraan in de klas’ verzorgden onlangs samen een gastles in een justitiële inrichting.

“Ik wilde die meiden vooral meegeven dat opgeven geen optie is,” zegt Helmy Stans. Samen met collega-veteraan Esther Frijlink diende ze in 1994-1995 in de enclave Srebrenica. “Tijdens de uitzending én in de jaren die erop volgden heb ik die les voor mijzelf geleerd. Je hoeft het niet alleen te doen, geef niet op. Toen het verzoek kwam een gastles te verzorgen voor een groep meiden in de gevangenis leek het Esther en mij leuk dat samen op te pakken.”

Maar Esther en Helmy kwamen in de justitiële inrichting helemaal niet voor een klasje jonge vrouwen te staan. Ze kregen een groep jongens tussen de 14 en 18 jaar. Esther:

In een gevangenis kom je niet omdat je een pakje kauwgum hebt gestolen. Het was best spannend daar te zijn.

“Alles is beveiligd, je moet door scanners. Overal loopt iemand met je mee. En dan komen die jongens binnen, waarvan je weet dat de kans groot is dat ze zitten voor verkrachting of doodslag. We hebben hen allemaal een hand gegeven bij de deur en zijn gestart met het dilemmaprogramma: wat zouden zíj doen in verschillende oorlogssituaties?”

Terugspelen naar de eigen situatie

Ze vonden het verhaal interessant, stelde Helmy vast. “Het is 24 jaar geleden dat de enclave Srebrenica viel. Het is een stuk recente geschiedenis van Europa. Maar wat je vaak ziet op scholen is dat kinderen er niets van weten. Tot ik vraag: ben je wel eens op vakantie geweest naar Kroatië? Ja, dat kennen ze dan wel van het strand. Nou, als je daar 300 kilometer landinwaarts rijdt… “

Esther heeft in haar uitzendperiode te maken gehad met een gijzeling van zes dagen en kampt met ernstige PTSS-klachten. “Sinds vorig jaar ben ik veteraan in de klas, maar ik doe dit zeker niet elke week. Wat ik fijn vond van deze jongens was dat ze heel respectvol waren en écht geïnteresseerd in ons verhaal. De interactie in het discussiedeel van het dilemmaprogramma was geweldig.

Helmy speelde de scene waarover ze moesten nadenken steeds mooi terug naar hun éigen situatie. Want ook in de gevangenis zit je vast in een omgeving waar je het beste van moet zien te maken. Samen sta je sterk geldt daar óók. Je kúnt een nieuwe start maken, je bent niet alleen.”

Straattaal

Helmy ziet dat jonge mensen in het algemeen weinig inlevingsvermogen hebben in situaties waarin niet alles meteen voor handen is. “Ze vinden alles zo vanzelfsprekend. Ook vrede.”

Ik heb me aangemeld voor dit werk omdat ik vind dat we het verhaal móeten blijven vertellen. Het maakt mij niet uit welk geloof iemand heeft of waar hij vandaan komt: respecteer elkaar. Dát is wat we kinderen moeten leren. Waardeer elkaar voor wie je bent.

Interessant was het moment waarop één jongen uit het klasje even het meegebrachte scherfvest aan mocht trekken. Helmy en Esther hadden dit nog nooit meegemaakt in een klas, maar deze jongen zei: “Wat een zwáre! Die van mij is veel lichter.” Esther: “Dan realiseer je je: deze jongens hebben zelf thuis misschien wel wapens. Ze weten er waarschijnlijk meer van dan wij.”

Helmy verstond de straattaal van sommige jongens niet. “Dan moesten ze het me even uitleggen. Ik vond het mooi hoe ze met elkaar in gesprek raakten. Ik kijk er met voldoening op terug. En ik hoop dat het goed komt met die jongens.”