26 april 2019
Home Verhalen van veteranen Erecouloir 2019 – Michael

Erecouloir 2019 – Michael

Michael Bergman is Libanonveteraan en brengt op zaterdag 4 mei een persoonlijk eerbetoon aan gevallen oorlogsslachtoffers. Samen met nog 59 andere veteranen vormt Bergman tijdens de Nationale Herdenking het erecouloir op de Dam in Amsterdam. Een erehaag van het Paleis tot het Nationaal Monument, waar Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander en Hare Majesteit Koningin Maxima doorheen lopen om een krans te leggen.

Iedere veteraan in het erecouloir staat vrijwillig en met een eigen reden in het erecouloir. Zo ook Michael Bergman uit Boukoul. Hij begon in 1977 bij de Koninklijke Landmacht en werd in 1979 uitgezonden op vredesmissie naar Libanon. Om daar de vrede te bewaren en bewaken en lokale bevolking te beschermen tijdens de heropbouw. “De herdenking is een belangrijk moment van eerbetoon en respect. Het is voor mij een dag van rust en stilstaan. Ik ben dan met mijn gedachten bij alle oorlogsslachtoffers. Met in het bijzonder gevallen vrienden en familieleden. Ik sta daar vooral met hen in mijn gedachten”.

Vredesmissie
Tijdens zijn uitzending naar Libanon werd Bergmans’ eenheid veelvuldig geconfronteerd met vuurgevechten, mijnen en bommen. “Ik was nog maar een broekie, had net mijn opleiding afgerond en was klaar om uitgezonden te worden. Toch kun je je vooraf geen voorstelling maken van hoe de werkelijkheid van zo’n missie zal zijn”. Een van de belangrijkste aspecten van zijn militaire tijd noemt Michael het kameraadschap. “Je bent met negen á tien man binnen je eenheid op elkaar aangewezen. Dat betekent blind vertrouwen op elkaar. Het is een echt broederschap. En nog steeds. Als we elkaar zien is het altijd weer een warme ontmoeting. Je laat zien wat je voor elkaar betekent hebt en nog steeds betekent.”

veteraan-michael-missie-libanon

Ondanks de grimmige situatie in het land toentertijd, heeft Michael mooie en dankbare herinneringen aan de missie:  “Wat me enorm is bijgebleven is het respect van de lokale bevolking voor het werk dat we daar deden. Hoe welkom we daar waren. Ook al verstonden we elkaar niet, met handen- en voetenwerk maakten zij ons duidelijk dat we werden gewaardeerd, hoe dankbaar zij waren. Dat gevoel had ik me van tevoren nooit kunnen voorstellen. Ik ben nog altijd trots op wat we daar hebben gedaan.”