19 maart 2019
Home Verhalen van veteranen Een weg met zongebleekte botten

Een weg met zongebleekte botten

Karateman in hart en nieren Jan de Bruin vormde tijdens zijn uitzendingen altijd karateklasjes. Ook in Cambodja. Over die missie heeft hij nog nachtmerries. ‘Ik heb nog nooit zoveel skeletten en schedels gezien.’

Alles op het gebied van karate heb ik aan Jon Bluming te danken’, vertelt marineman Jan de Bruin. ‘Hij was mijn vriend, mijn leraar en een soort vader voor me.’ De schok was groot toen Bluming december 2018 overleed. ‘Bij zijn uitvaart waren er mariniers die de Last Post speelden en veteranen van de Vereniging Oud Korea Strijders. Een Koreaveteraan in een rolstoel moest en zou Bluming staande groeten. Heel indrukwekkend.’

Als jong ventje had De Bruin kennisgemaakt met de allround karatesport zoals Bluming die in de jaren zestig in Nederland introduceerde. Hij was meteen verkocht en ging op les. Als snel werd Bluming zijn leermeester. Tijdens zijn uitzendingen (voormalig Joegoslavië, de Golfoorlog, Cambodja) bleef hij volhardend trainen, soms op de gekste plekken. En altijd was er wel een groepje militairen dat zich bij hem aansloot, of het nu op het deinende dek van een schip was of in het hete zand van de woestijn bij Dubai. Het karateklasje ging altijd door.

veteraan-jan-de-bruin-missie-cambodja-karateles

Golfoorlog
‘Het kon op het schip wel vijftig graden worden’, vertelt De Bruin. ‘Dan stonden wij op het dek te trainen. De dokter heeft dat op gegeven moment verboden. Het was te gevaarlijk in die hitte.’ Groot gevaar heeft De Bruin tijdens zijn missie in de Golf in 1990–1991 niet ondervonden. ‘Het was wel spannend.’ Hij zat als machinist op het luchtverdedigingsfregat Hr.Ms. Jacob van Heemskerck dat samen met het standaardfregat Hr.Ms. Philips van Almonde en het bevoorradingsschip Hr.Ms. Zuiderkruis twee Nederlandse fregatten afloste. ‘Wij beschermden de Amerikaanse vliegdek- en slagschepen in de Golf. Ons fregat was uitgerust met de zogenoemde goalkeeper, een magnifiek wapen dat raketten kon onderscheppen.’

Pikkedonker overdag
‘Op een gegeven moment hoorden we op iedere tv aan boord de toespraak van president Bush. Operatie Desert Shield was Desert Storm geworden. “We will not fail.” Ik dacht, nu is het menens. Meteen daarna werd er vanaf de slagschepen richting kust geschoten met kanonnen met munitie met het gewicht van een Volkswagen Kever. Een hels kabaal. Ik moest in die tijd ook vaak oorlogswacht lopen met een gasmasker op. Maar gevaarlijk? Ach. Er waren wel veel mijnen in zee. Een keer zagen we iets dreigends onze kant op komen. Pas op het laatste moment zagen we dat het een koelkast was. Daar is even de mitrailleur opgezet. Wat ik me vooral herinner is dat het overdag soms pikkedonker was vanwege alle brandende oliepijpen en olievaten die op bevel van Saddam Hussein in zee werden gegooid.’

Bij terugkomst in Nederland nam De Bruins vader hem apart en toonde hem foto’s van zijn eigen missie in Korea. ‘Hij vertelde honderduit over die tijd. Hij liet foto’s zien die ik helemaal niet kende. Hij had ook nooit eerder over Korea gesproken.’ De Bruins vader was waarschijnlijk trots nu zijn zoon ook op uitzending was geweest. Maar heel anders was het toen De Bruin zich vrijwillig opgaf voor Cambodja. ‘Dat vond mijn vader maar niks. Hij wist wat daar gebeurde en hij stond op het standpunt dat een marineman moest varen.’

Een vreselijk ongeluk
Na enkele maanden voorbereiding ging De Bruin in 1993 – voor het eerst in camouflagepak – als chef Technische Dienst met de mariniers naar Cambodja, met Cambo III, het zogenoemde sprokkelbataljon.
In tegenstelling tot zijn andere missies, in de Golf en een monitormissie in voormalig Joegoslavië, had De Bruin in Cambodja echt een rottijd.

Ik heb nog nooit zoveel skeletten en schedels gezien.

Hij brengt meteen de dood van Rico Bos ter sprake. ‘Rico is bij ons op het kamp in Sisophon gesneuveld door een wapen dat per ongeluk afging. De kogel ging door een tent en een klamboe, zo de tent door waar Rico met vier jongens zat te klaverjassen. Hij werd in het hoofd getroffen. Ik hoorde veel geschreeuw en hoorde later dat Rico dood was. Hij had nog bij mij in het karateklasje gezeten. Soms trainden we in het gras, maar daar zijn we mee gestopt, want er kwamen weleens slangen voorbij.’ De Bruin herinnert zich dat hij het verschrikkelijk vond hoe de jongen, wiens wapen per ongeluk afging, meteen door de marechaussee in handboeien werd afgevoerd. ‘Was dat nou nodig?’

Foto’s
Tot zijn afgrijzen zag De Bruin in Cambodja de meest gruwelijke taferelen. Volgestouwde kratten met skeletten langs de weg, knekelhuisjes. Alle schedels hadden kogelgaten. ‘Ik zag op gegeven moment ook in de verte een witte weg, die bleek bij nadere inspectie geplaveid te zijn met zongebleekte mensenbotten. Daar moesten dan auto’s overheen. Het waren allemaal slachtoffers van Pol Pot.’

Ook de holle, lege blikken van kinderogen achtervolgen hem in zijn dromen nog weleens. Baby’s werden hem door radeloze moeders aangeboden. Een vriend van De Bruin had gezien hoe een meisje dat bij haar vader achterop de brommer zat, onder een zwaar pantservoertuig terechtkwam.

Het kind was zo plat als een dubbeltje, maar het eerste wat haar vader deed was zijn hand ophouden en geld eisen van de VN. Een mensenleven is daar helemaal niets waard.

Langs de kant trof hij ook dodelijke slachtoffers van mijnen, handgranaten en schietpartijen. En hij nam er foto’s van. Gruwelijke foto’s. Thuis bewaart hij die in een apart mapje bij zijn fotoalbum. Waarom hij die foto’s heeft genomen, weet hij niet. ‘Mijn maten deden het ook, maar niemand wist eigenlijk waarom. Misschien om vast te leggen dat het echt is gebeurd?’

Ridder
Van 1999 tot 2003 zat De Bruin met zijn gezin op Curaçao waar hij de kustwacht trainde in karate. ‘s Avonds gaf hij les aan de vrouwen en kinderen van de marinemannen. Zijn niet-aflatende toewijding aan de sport is al die jaren niet onopgemerkt gebleven en in 2003 werd hij daarvoor onderscheiden tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (met de Zwaarden). Inmiddels mag hij zich ook een opvolger noemen van Jon Bluming, de uitvinder van een eigen stijl allround karate oftewel de Kaicho. De Bruin: ‘Ik ben nu de Kancho, de opvolger.’