17 augustus 2018
Home Verhalen van veteranen Contact met cliënten is vaak dierbaar

Contact met cliënten is vaak dierbaar

‘Loslaten’. Dat is de taak die zorgcoördinator Ank Lumeij (65) zich heeft gesteld nu ze richting haar pensioen gaat. “Ik heb soms het gevoel dat ik nu mijn cliënten in de steek ga laten. Dat is even slikken, maar ik heb alle vertrouwen in de collega’s die het gaan overnemen.”

Gepaste afstand houden en niet te dicht bij de cliënt gaan staan. “Door de jaren heen heb ik dat wel geleerd”, vertelt Ank Lumeij, zorgcoördinator van Regio West en Midden. “In het begin liet ik me toch ietwat leiden door een moedergevoel. Inmiddels ben ik wat zakelijker geworden.” Toch valt het afscheid nemen van cliënten, nu ze met pensioen gaat, haar soms zwaar. Zoals van de uiterst kwetsbare en angstige veteraan die ze al heel lang begeleidt.

Hij was niet meer behandelbaar. Soms heb ik hem letterlijk bij de hand genomen.

Uiteindelijk is hij op medische gronden met een Militair Invaliditeit Pensioen (MIP) naar het buitenland verhuisd. Een paar keer per jaar heeft Lumeij nog telefonisch contact met hem. “Ik heb het dossier onlangs overgedragen aan een collega. Gelukkig klikt het goed tussen die twee. Maar zulke contacten vind ik heel dierbaar.”

Vertrouwen winnen

Als zorgcoördinator monitort Lumeij samen met Maatschappelijk Werk of de cliënt in behandeling blijft. Met sommige cliënten die ze al jaren begeleidt heeft ze wel honderden contactmomenten gehad. Vertrouwen winnen is cruciaal. “Wanneer een veteraan diep in de narigheid zit gaat hij ons niet bellen. Het is dan vaak een naaste die contact met ons opneemt via het Veteranenloket. Maar uiteindelijk moet de cliënt ons toch zelf benaderen. Dat is niet altijd makkelijk, soms is er groot wantrouwen naar Defensie. En hoewel ik natuurlijk niet bij Defensie werk, heb ik als ZC zeker een onafhankelijke rol bij de aanvraag van een MIP, voorziening  en-of verstrekking.”

Soms heb ik dan minder goed nieuws voor iemand als de uitslag binnen komt, en denkt de veteraan soms toch dat ik het resultaat van de keuring of aanvraag kan beïnvloeden. Dat is niet zo. Het is soms een lastig evenwicht.

Geoliede machine

Toen Ank Lumeij in 2008 bij het ABP startte als zorgcoördinator werkte ze samen met vijf collega- coördinatoren. Inmiddels zijn er 35 zorgcoördinatoren en -casemanagers en worden veel cliënten via het in 2014 ingestelde Veteranenloket aan Maatschappelijk Werk overgedragen. “De afdeling Zorgcoördinatie functioneert inmiddels als een geoliede machine”, zegt Lumeij. “We helpen jaarlijks duizenden veteranen en wijzen hen de weg door het woud van regels.” Iemand weer financieel op de rails krijgen, helpen met een voorziening en bemiddelen naar goede zorg, vindt ze dankbaar werk.

Als je op huisbezoek gaat en je ziet dat een gezin weer goed functioneert, is dat zo fijn. Laatst kreeg ik een uitnodiging van een cliënt voor een tentoonstelling. Met de hulp van zijn hobbyvoorziening had hij prachtige kunst gemaakt. Kippenvel!

Lang wachten

Lumeij hoopt wel dat in de toekomst de wachttijden voor keuringen en aanvragen van voorzieningen wat korter worden. “Veteranen moeten soms wel erg lang wachten op een uitslag en dat doet ze geen goed.” De goede voorlichting over voorzieningen en de grotere bekendheid van de problematiek van veteranen in de maatschappij en bij huisartsen ziet Lumeij als groot pluspunt.

Wat ze zal missen van haar werk? Lumeij: “Dat ik als zorgcoördinator iets daadwerkelijk voor de cliënt kan betekenen. Het doel is toch uit eindelijk om samen met de Maatschappelijk Werker en de veteraan zelf het beginstukje van de kluwen wol te vinden. Zodat je langzamerhand het draadje kunt volgen en de kluwen kunt ontwarren.”

Als iemand na een behandel- en begeleidingstraject zijn of haar plekje in de maatschappij terugvindt, is dat heel mooi. En dat ga ik zeker missen.

Meer over Ank Lumeij

Ank Lumeij (65), mentor en zorgcoördinator van Regio West en Midden, werkte voorheen bij Defensie o.a. gestart als Operatieassistent en praktijkbegeleider voor dienstplichtigen bij het Militair Hospitaal (in Utrecht ). Ze was daarna Praktijkdocent en waarnemend Hoofd OK in het Militair Hospitaal Utrecht en Etage hoofd Polikliniek in het Centraal Militair Hospitaal. Voordat zij in 2008 als zorgcoördinator bij het ABP aan de slag ging, was zij arbeidsdeskundige en als re integratiebegeleider werkzaam bij de Marechaussee en DCR. In 2019 gaat zij met pensioen.

Kijk ook op www.veteranenloket.nl