12 oktober 2018
Home Verhalen van veteranen “Bij dat briefje onder de deur wist ik: dit gaat over Edwin”

“Bij dat briefje onder de deur wist ik: dit gaat over Edwin”

Doortje was met haar man op vakantie in Spanje, toen haar zoon Edwin de Wolf uitgezonden was naar Srebrenica. Thuis in Ermelo was haar dochter gedurende die weken het eerste aanspreekpunt. En daar kwam op 18 augustus 1994 de gevreesde auto van Defensie voorrijden.

 

Doortje: “Ik herinner me het als de dag van gisteren. We waren in Blanès een dagje op het strand geweest en in het appartement lag bij thuiskomst een briefje onder de drempel geschoven dat we onze dochter moesten bellen.”

Mijn man dacht dat er misschien iets met onze ouders was, maar ik wist: het is Edwin.

Edwin was zwaargewond geraakt bij een mijnexplosie in Srebrenica. Hij was naar een veldhospitaal gebracht, maar hoe het zou aflopen was nog niet duidelijk. Die nacht reden Doortje en haar man plankgas naar huis. Onderweg belden ze – indertijd nog met munten en zoekend waar een telefoon was – steeds even met hun dochter. “Dan is 1500 kilometer heel ver,” zegt Doortje.

Ik heb die nacht meerdere keren tegen Edwins vader gezegd: laat toch een vliegtuig komen, breng me naar mijn kind.

 

Ik wil naar mijn kind

Edwin vindt het afschuwelijk te horen hoe het indertijd zijn moeder heeft aangegrepen. “Ik was 24 jaar, groepscommandant en helemaal mijn droom als militair aan het leven toen dit gebeurde. Maar inmiddels ben ik ook vader.”

Kort vertelt hij wat de situatie was na zijn ongeluk: zijn been was verwoest door de explosie, zijn zicht en gehoor waren even helemaal weg. En, heel gevaarlijk: hij had een scherf in de slagader van zijn linker bovenarm. Het was maar zeer de vraag of ze zijn arm zouden kunnen behouden. Ze waren ver van het veldhospitaal en zijn groep moest hem improviserend evacueren, een zeer pijnlijke en langdurige tocht.

Het heeft mijn dienstmaten drie uur gekost om me op de operatietafel te krijgen. Dat is medisch gezien veel te lang, maar ze hebben door zelf al goed te handelen bij die verplaatsing mijn leven gered.

Edwins arm is er gelukkig nog. Zijn been is hij sinds 1994 kwijt. “In de uitslaapkamer werd de dag na het ongeluk een telefoon op mijn bed gezet. Mijn ouders waren inmiddels thuis en ik kon hen zelf spreken.” Doortje herinnert zich dat telefoontje nog goed. “Het was ’s avonds om zeven uur, het was erg emotioneel. Ik weet niet eens meer wat we tegen elkaar zeiden. Maar het was zo belangrijk om zijn stem te horen: hij leefde. En wat was hij ver van huis. Ik wilde zo graag naar hem toe.”

“Als je je been verliest is de bodem letterlijk onder je bestaan vandaan geslagen,” zegt Edwin. “Je wilt vanuit zo’n situatie in het veldhospitaal maar één ding: naar huis. En vanuit een oorlogsgebied is dat minder makkelijk dan het lijkt. Dat was nog een hele tocht met veel onzekerheden.”

 

“Ik realiseer me nu zoveel meer wat het met je doet als je kind zo ver weg ligt in kritieke toestand.”

Pers erbij en wachten, wachten

Toen Edwin in het UMC Utrecht aan zou komen, stond het daar vol met pers. Doortje, haar man, dochter en schoonzoon werden via de kelders naar de afdeling gebracht waar Edwin zou komen. “Er waren mensen van defensie, maatschappelijk werkers. En dan zit je daar te wachten en te wachten. Je wordt op de hoogte gehouden: dat ze vliegen, dat het goed gaat.” De Serven gaven eerst geen akkoord voor de afvlucht en vanwege de medisch toestand van Edwin heeft het vliegtuig boven Oostenrijk nog een stuk laag moeten vliegen, omdat de luchtdruk dan minder invloed had. “En eindelijk lag je daar dan,” zegt Doortje tegen Edwin. “Ik zie je nog in dat bed liggen. Je been onder een laken.”

Edwins vader was ook militair. “Hij was naar Libanon op uitzending geweest en moest vaak op oefening. Ik zeg wel eens: van de 25 jaar dat wij getrouwd waren, heb ik 17 jaar alleen gezeten met de kinderen. Wij stonden als ouders volledig achter Edwins keuze voor defensie. We wisten dat er risico’s waren in Srebrenica. Maar Edwin liep als klein jongetje al met de baret van zijn vader op. Hij liep als tiener in zijn eentje naar Zuid-Limburg om te oefenen voor de Vierdaagse. Hij haalde zijn diploma met alleen dat éne doel voor ogen: militair worden.”

“En wij zo blij, zó blij dat we elkaar zagen. Ik weet nog dat ik tegen je zei: ik zal mijn hele leven lang voor je zorgen. Want ik dacht op dat moment dat Edwin nooit meer iets zou kunnen, altijd in een rolstoel thuis zou moeten zitten.”

Revalideren met een militaire mindset

Juist die militaire mindset maakte dat Edwin hard ging in zijn intensieve revalidatie. Doortje: “Nadat hij een week bij ons thuis op adem was gekomen, moesten we hem naar het militair revalidatiecentrum in Doorn brengen. Opnieuw een afscheid. Deze keer viel het mij verschrikkelijk zwaar. Maar na één dag zagen we al een andere Edwin. Hij had een marinier in de gang ontmoet die een dwarslaesie had na een klimongeluk. ‘Mij hoor je nooit meer’, zei hij tegen ons. Hij is vanaf dat moment aan de slag gegaan.”

Edwins motivatie in die eerste tijd was: de jongens uit mijn groep die thuiskomen wil ik lópend ontvangen. “Ik vertikte het hen te ontvangen in een rolstoel. En dat is me gelukt,” zegt Edwin.

Je bent je levensdoel kwijt, je bent de regie kwijt. Maar ons is met de paplepel ingegeven: je wint alleen maar gevechten door het initiatief te behouden.

“Maar wat ik onderschatte was de mentale component. Ik was nog steeds die stoere sergeant met de kale kop die bezig was met de regie. Zielig zijn paste niet in mijn wereld. Maar toen mijn club eenmaal weer thuis was, zakte ik in een diep dal.” Doortje wilde er voor hem zijn, maar de echte hulp moest uiteindelijk van professionals komen. “Ik heb hulp gezocht bij die mentale dip. Ik was het doel in mijn leven kwijt. Ik realiseerde me later, toen het beter ging: alles draaide om mij,” zegt Edwin.

Voor de mensen om mij heen was het ook afschuwelijk, maar voor hen was er geen hulp. Gelukkig is daar nu meer aandacht voor gekomen.

Naar Sydney: samen uit, samen thuis

Nu werkt Edwin zélf bij het militair revalidatiecentrum. “Op een gegeven moment ga je andere uitdagingen zien. Ik ging weer studeren en rondde de hbo-opleiding Beleid en Management af. Ik raakte gaandeweg vertrouwd met mijn veranderde lichaam. Ik stuur nu een team van specialisten aan in Doorn en ik was vorig jaar teamcaptain van het Nederlands Invictus Games team.” Ook geeft Edwin lezingen over wat hem is overkomen en hoe hij weer richting aan zijn leven heeft gegeven.

En binnenkort gaan ze samen – moeder en zoon – naar de Invictus Games in Sydney. Edwin: “Wat je daar ziet is ongelofelijk: zevenhonderd veelal door oorlog beschadigde mannen en vrouwen en waar díe toe in staat zijn! Hun enorme energie, hun drive dóór te gaan. Dat is zo inspirerend. Dat bestaat nergens anders. Daar als Nederlands team aan meedoen is iets geweldigs. De militairen die hier komen hebben allemaal hun missie moeten afbreken omdat ze gewond raakten. Meedoen aan de Invictus Games is een missie die je wél afmaakt.”

 

Met zijn allen: samen uit, samen thuis. Dat iets geweldigs en ik ben zo blij dat mijn moeder dit ook gaat meemaken dit jaar.

“Ik heb nog nooit gevlogen,” zegt Doortje. “Ik vind het spannend. Maar het is Edwins grootste wens dat ik meega. Dus de knop is om en we gaan!”

Veteranenlezing 2018

De Veteranenlezing 2018 staat met het thema ‘Relaties onder vuur. Samen aan zet.’ in het teken van de belangrijke rol van het thuisfront in het leven van de veteraan. In de aanloop naar de lezing delen we een aantal interviews met verschillende thuisfronters. Lees hier meer over de Veteranenlezing.