Home » Veteranen & hun missies » Verhalen van veteranen » “Bange kinderen kwamen uit de struiken, een baby-broertje onder de arm”

Bosnië-Herzegovina- en Kosovo-veteraan Thamara Batenburg is trots op haar uitzendingen. “Het hoogste wat je als mens kunt bereiken is dat je iets kunt betekenen voor een ander. Ik heb die droom in mijn uitzendingen verwezenlijkt. Dat heeft mij als mens verrijkt.”

Bij de eerste knal met Oud & Nieuw schiet ze altijd in de drills. Thamara: “Eerst duik ik in elkaar, dan wil ik handelen: mijn helm pakken, mijn scherfvest, mijn kisten.”

Het begon allemaal met de serie The Flying Doctors, zegt ze. “Die artsen vlogen naar afgelegen gebieden in Australië om mensen in nood te helpen. Dát wilde ik als ik groot was. Toen ik op de middelbare school zat, gingen we met de klas survivallen. We werden begeleid door een voorbeeldige militair. Toen viel voor mij alles op zijn plaats: ik zou in dienst gaan en als militair mensen gaan helpen in oorlogs- en crisisgebieden.”

Thamara begon op haar 17e als LARO-chauffeur

Wie in een Landrover rijdt, kómt in ieder geval ergens, dacht Thamara. “Bovendien was ik zestien. Dan is het natuurlijk geweldig al te leren rijden. Ik heb ook meteen mijn kisten aangevraagd, ze wilden weten waarom. Ik zei: ‘dan kan ik ze alvast inlopen!’”

Een uitzending is een kroon op je werk, zegt Thamara. “Je bent continu aan het trainen en jezelf aan het klaarstomen. En in een uitzending wordt het allemaal echt, dáár doe je het voor.” In 1998 is Thamara in Bosnië gaan werken vanuit het  1NL Signal Squadron . Ze werd met collega’s van het vliegveld van Sarajevo opgehaald en in een busje naar Ilidza gereden.

Ik had natuurlijk geen Efteling verwacht, maar toen we door het compleet kapotgeschoten gebied reden, was het contrast met alles wat ik kende zó groot.

“Het werd doodstil in het busje. Wie hadden gewoond in deze huizen? Welke kinderen hadden hier op straat gespeeld? Alles was kapot. Er was geen huis meer dat nog intact was. We keken elkaar aan, maar niemand zei meer iets. Dat moment zal ik nooit vergeten.”

foto tussen

Je eigen naam kunnen schrijven

Thamara herinnert zich hoe ze wel eens stenen naar de voertuigen gegooid kregen. “Dat kon ik wel relativeren, in die omgeving. Bij mijn tweede uitzending was de dreiging veel concreter. Ik kwam toen binnen via Skopje, dat was de Kosovo-oorlog in 1999. We verbleven in een oude schoenenfabriek en daar klonk regelmatig het luchtalarm. Bij een aanval op de compound ontplofte een militair voertuig. Een Engelse collega werd letterlijk weggeblazen. Het is een wonder dat hij het heeft overleefd.”

Bij de compound kwamen kinderen dikwijls dekking zoeken, als er een helikopter van ons opsteeg.

“Ze kwamen dan rennend uit de bosjes , vaak met een babybroertje of -zusje onhandig onder de armpjes geklemd. Ze waren zó bang voor helikopters, dat ze hun handjes openhaalden aan het prikkeldraad om de compound binnen te komen voor bescherming. Dat vond ik schrijnend om te zien.”

Thamara gaf naast haar werk op en buiten de compound schrijflessen aan lokale kinderen als haar dienst erop zat. “Ik heb hen bijvoorbeeld het alfabet bijgebracht en hun eigen naam geleerd te schrijven. Voor een kind dat niks heeft en door omstandigheden niet naar school kan, is dat een beginnetje. Na mijn diensttijd heb ik jaren gewerkt  als vrijwilliger voor War Child en het Rode Kruis. Omdat ik daar echt in geloof: het zal jóuw moeder maar zijn, of jóuw kind, dat in een oorlog terechtkomt. Ik heb gedaan wat ik kon. Daar ben ik blij om.”

Voor altijd op mijn netvlies

Nu werkt Thamara bij Nationale Nederlanden. Een heel ander leven dan ze tien jaar geleden leidde. “Mijn vader vroeg mij erover na te denken na mijn twee uitzendingen niet voor een contract voor onbepaalde tijd te gaan. In 2001 ben ik de dienst uit gegaan. Het was voor mij heel erg wennen in de burgermaatschappij: meer onderlinge concurrentie en minder eenheid. Ik was op mijn plaats bij Defensie, het avontuur paste bij mij en de inzet voor vrede en veiligheid in crisissituaties.”

Als Thamara nu op vakantie gaat wandelen met haar  vriend – hij werkt bij defensie – zijn ze nog steeds op alles voorbereid.

Standaard op de man: lucifers, elastiek, touw en een zakmes. Ik weet hoe te overleven in de wildernis, bijvoorbeeld welke planten en insecten je kunt eten. Dat zit sinds mijn werk bij defensie in mijn systeem.

Maar je eigen grenzen kennen is ook belangrijk, vindt ze. “Ik heb geluisterd naar mijn onderbuikgevoel,  omdat ik weet dat werken in een conflictgebied je niet in de koude kleren gaat zitten. Politie- en ambulancemensen zullen dat ook wel herkennen: het is bevredigend écht iets te kunnen betekenen. Maar je moet je draagkracht kennen. Je blijft mens: hoeveel beelden kun je voor altijd op je netvlies houden?”

Aanjager afbeelding

Hoe ziet de samenleving de vrouwelijke veteraan?


Om trots op te zijn, een vrouwelijke veteraan in de familie.


Vrouwelijke veteranen, toen en nu.