17 april 2019
Home Verhalen van veteranen ‘Als je een schitterende samenleving wilt’

‘Als je een schitterende samenleving wilt’

Sander Beers (47) kwam als dienstplichtige in 1993 bij de landmacht. Hij werd uitgezonden naar Bosnië waar hij werkte als tientonner-chauffeur. Daarna koos hij voor een baan in de burgermaatschappij. Als plaatsvervanger neemt hij het werk over van boeren die bijvoorbeeld door ziekte hun melkveehouderij tijdelijk niet zelf kunnen draaien. Op 5 mei is Sander als speeddater op het bevrijdingsfestival in Almere.

Sander is op uitzending geweest naar:
Bosnië, 1993/1994

Veteraan-sander-beers-speeddaten-bevrijdingsfestival-almere

Vrijheid doorgeven, wat betekent dat voor jou?
“Eigenlijk kwam het bij mij na m’n veertigste pas. Ik merkte dat ik graag meer wilde doen met mijn ervaringen. We zijn verwend met z’n allen. Als je niet beter weet dan dat het vrede is, als altijd alles kan, en je kunt lekker achter je playstation gaan zitten; ja, wie doet je wat?”

Wat ik hoop over te dragen is dat het van ons allemaal om actie vraagt om in vrijheid te leven.

“Vroeger had je een opa, oma of tante die daar wat over kon vertellen. Die zijn er bijna niet meer. Daarom vind ik het belangrijk dat wie het kan vertellen dat ook doet. Voor mij is dat de reden om aan de speeddates op 5 mei mee te doen. Als je blijft zitten, gebeurt er niks.”

Hoe heeft de uitzending naar Bosnië jou gevormd?
“In het leger heb ik een enorme teamgeest ervaren. Iedereen doet alles voor elkaar. Dat ben ik daarna nooit meer ergens tegenkomen in de burgermaatschappij. Natuurlijk komt dat zeker ook door de extreme situaties waarin je met elkaar terecht komt. Dat maakt je creatief, en ik ben ook niet snel bang meer. Wat ik jammer vind: ik heb het gevoel dat veel mensen vooral bezig zijn met bijzaken; nog meer verdienen, een nog mooiere auto. Alles lijkt belangrijker dan met elkaar aan een schitterende samenleving te werken.”

Is er een ervaring die speciaal indruk op je heeft gemaakt?
“Al een week voordat ik naar ging Bosnië zou gaan werd het spannend. Er kwam bericht dat het Nederlandse kamp was beschoten. Er waren vier of vijf zwaargewonden bij. Op zo’n moment horen je ouders dat ook en er is dan geen ontkomen aan;

je weet dat je niet zomaar ergens naartoe gaat. Ook al ben je getraind, de werkelijkheid is totaal anders.

Ik moest daar met hoge snelheid over allerlei geitenpaden, met continu de dreiging van beschietingen. Eén zo’n situatie blijft me zeker bij. We kwamen als konvooi onder vuur te liggen, en de wagen voor mij kon niet verder door een stukgeschoten luchtslang. Ik heb toen de voorkant van mijn auto er tegenaan gezet, maar dat bleek te weinig. De chauffeur achter mij heeft toen ook zijn pk’s ertegen aan gezet. Samen zijn we er levend uit gekomen.”