20 oktober 2015
Home Nieuws Uitgezonden militairen plegen niet vaker zelfmoord

Uitgezonden militairen plegen niet vaker zelfmoord

Nederlandse militairen die tussen 2004 en 2012 zijn uitgezonden, pleegden niet vaker zelfmoord dan militairen die niet op missie zijn geweest. Dit blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in opdracht van het ministerie van Defensie. Minister Jeanine Hennis-Plasschaert bood de resultaten aan de Kamer aan.

De indirecte aanleiding voor het onderzoek vormde Amerikaans onderzoek dat suggereert dat militairen die in Irak en Afghanistan dienden vaker zelfmoord plegen. Hierdoor ontstonden ook in Nederland zorgen over zelfdoding onder militairen die op missie zijn geweest. Defensie heeft zodoende aan het RIVM gevraagd om te onderzoeken hoe vaak dit voorkomt.

Het RIVM heeft voor de periode 2004-2012 onderzocht hoeveel van de uitgezonden militairen zijn overleden en hoeveel van hen door zelfdoding. Bekeken is hoe dit aantal zich verhoudt tot het aantal zelfdodingen onder militairen die niet op missie zijn geweest. Of dit verschilt per missie, kon niet worden vastgesteld. Gekeken is naar militairen die minstens 30 dagen aaneengesloten waren uitgezonden. Het is niet uit te sluiten dat onderzoek over een andere periode met andere missies, andere uitkomsten geven.

Geen statistische afwijking

Gebleken is dus dat de berichten uit de Verenigde Staten, dat uitgezonden militairen vaker zelfmoord plegen, niet gelden voor de onderzochte groep Nederlanders. Van de 40.444 uitgezonden militairen, overleden er 252 (0,62%) en pleegden er 22 (0,05%) zelfmoord na een uitzending tussen 2004 en 2012.

Van de 165.154 personen uit de werkende bevolking in Nederland die zijn onderzocht, pleegden 156 zelfdoding (0,094%). Van de 33.364 onderzochte militairen die geen veteraan zijn, pleegden er 27 zelfmoord (0,08%). Dit komt in de groep veteranen dus iets minder vaak voor dan bij de werkenden in de niet-militaire bevolking en de militairen die geen veteraan zijn. Deze verschillen zijn echter statistisch niet noemenswaardig.

Hennis: “Het feit dat er geen significante afwijking is onder veteranen, betekent dat ik op dit moment geen aanleiding zie om specifieke maatregelen te treffen. Wel zal ik advies inwinnen bij de Raad voor Zorg en Onderzoek over de vraag of, en zo ja welk, aanvullend onderzoek mogelijk en wenselijk is.”

Wie onderzocht

Alleen mannen zijn onderzocht. Het aantal vrouwen dat op missies gaat, is statistisch gezien te laag om eventuele verschillen te kunnen aantonen. In totaal zijn 73.808 militairen onderzocht die (een deel van) de periode 2004-2012 in dienst waren. Van hen waren er 40.444 uitgezonden. Behalve met niet-uitgezonden militairen zijn zij die op missie zijn geweest ook vergeleken met werkende mannen uit de algemene bevolking.