22 juli 2019
Home Nieuws Toen & Nu

Toen & Nu

De muts van 1931 tot nu

Tekst: Arjen Bosman

Een militair moet altijd iets op zijn hoofd hebben, anders is hij immers niet gekleed. Lang gold dat er een alternatief moet zijn voor de momenten dat de helm niet gedragen wordt.

Veldmuts 1931–1940

Vanaf 1912 wordt de veldmuts gedragen. Aanvankelijk heeft deze een bies met de wapenkleur, maar dat verandert met de invoering van het model 1931.

1 / 3 De veldmuts is gemaakt van dezelfde wollen stof als het uniform. In de binnenzijde zit een zwartleren zweetband. In het interieur staat meestal de maataanduiding van het hoofd, een afnamestempel van de Centrale Magazijnen met jaartal.
2 / 3 Op de linkerzijkant werd meestal recht boven de split een oranje gelakt koperen embleem gedragen.
3 / 3 In de bolle bovenkant zit een vouw. De voor- en achterrand zijn naar boven opgeslagen. Bij extreme kou kunnen deze als klep en oorwarmers naar beneden gedragen worden.

Kwartiermuts 1963 – nu

De veldmuts voor het korps Rijdende Artillerie (KRA), ook wel kwartiermuts genoemd, werd door de 11e afdeling Rijdende Artillerie in ere herstelt. De kwartiermuts wordt uitsluitend gedragen door militairen die registratief zijn ingedeeld bij het KRA en wordt gedragen in plaats van de baret of de pet.
1 / 4 In de top van de voorzijde zit een opening, waar het koord van de kwast doorheen gehaald kan worden. Dit kan bevestigd worden aan een haakje op de voering van de binnenzijde.
2 / 4 Het geborduurd embleem op de voorklep bestaat uit twee gekruiste kanonnen gedekt door de Koninklijke Kroon.
3 / 4 De muts is voorzien van een katoenen zweetband. Als de muts drie dagen per week gedragen wordt en bij normaal onderhoud dan gaat deze minimaal twee jaar mee.
4 / 4 Op de muts wordt een kwast gedragen. Voor de onderofficieren is dit een gele wollen kwast, voor de officieren is dit een kwast met gouden torsades en voor de hoofd- en opperofficieren is dit een kwast met gouden bouillons.