23 september 2020
Home Nieuws Nederlandse inzet in Irak Afghanistan en Mali

Nederlandse inzet in Irak, Afghanistan en Mali

Bron: Ministerie van Defensie

De Nederlandse inzet in de strijd tegen ISIS in Irak  gaat een nieuwe fase in: een verschuiving van training naar advisering van de Iraakse veiligheidssector. Daarnaast heeft de Belgische regering Nederland gevraagd om ondersteuning voor de force protection van de Belgische F-16’s die vanuit Jordanië de strijd tegen ISIS voeren.  Tevens onderzoekt het kabinet een mogelijke bijdrage aan de VN-missie MINUSMA in Mali. In Afghanistan verandert de taakstelling van het Nederlands-Duitse Special Operations Team (SOAT).

Midden-Oosten
De Iraakse veiligheidssector is in toenemende mate in staat is om de dreiging van ISIS het hoofd te bieden. Daarom wordt in de nieuwe fase in plaats van training van militairen de focus gelegd op institutionele advisering van de Iraakse veiligheidssector. Dit betekent een minder actieve deelname aan operaties, een afname in troepenaantallen en een grotere nadruk op force protection van de resterende eenheden van de coalitie.

Door middel van regionale adviesteams, bestaande uit elk ongeveer 10 stafofficieren, worden de Iraakse, waaronder ook de Koerdische, veiligheidsinstituties geadviseerd. Ook komt er een adviesteam voor het Iraakse ministerie van Defensie. Deze advisering is gericht op bijvoorbeeld het plannen, voorbereiden en uitvoeren van operaties. Het kabinet wil hieraan een bijdrage leveren met circa 5 tot 10 stafofficieren. Op deze manier helpt de coalitie de Iraakse strijdkrachten verder op eigen benen staan en kan de jarenlange trainingsinzet van onder andere Nederland op een duurzame manier worden geborgd.

In verband met COVID-19 was de Nederlandse trainingsmissie in Irak sinds april al stilgelegd. Deze trainingen verzorgde Nederland samen met partnerlanden van de coalitie in Erbil. De circa 20 Nederlandse trainers die daar werkzaam waren zijn in april 2020 teruggekeerd naar Nederland. In het licht van de verschuiving naar institutionele advisering, heeft de anti-ISIS coalitie besloten om alle trainingen stop te zetten. Daarmee komt ook de Nederlandse trainingsbijdrage tot een einde. Enkele Nederlandse stafofficieren die op dit moment nog wel in Erbil verblijven geven invulling aan de transitie van training naar de nieuwe adviserende taken.

Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet de wenselijkheid en mogelijkheid om aan twee verzoeken tegemoet te komen die zijn gedaan in het kader van de strijd tegen ISIS. De Belgische regering heeft Nederland verzocht om een bijdrage te leveren aan de force protection van het Belgische F-16-detachement dat vanaf  oktober 2020 vanuit Jordanië wordt ingezet in de strijd tegen ISIS in Irak en Noordoost-Syrië. Dit verzoek bouwt voort op de eerdere samenwerking met België tijdens de inzet van Nederlandse en Belgische F-16s in de strijd tegen ISIS. België en Nederland voorzagen elkaar toen afwisselend van force protection. Het militaire hoofdkwartier van de anti-ISIS coalitie heeft daarnaast een breed verzoek gedaan aan de leden van de coalitie, waaronder Nederland, voor force protection van Erbil International Airport in de Koerdistan Autonome Regio in Irak, voor de periode vanaf najaar 2020 tot in ieder geval 1 mei 2021. De anti-ISIS coalitie ontplooit een deel van de activiteiten in het noorden van Irak vanaf deze luchthaven.

Mali
Nederland voert overleg met de VN-missie MINUSMA in Mali en de betreffende landen over de levering van een militair transportvliegtuig aan de missie. VN-vredesmissies hebben een doorlopende behoefte aan luchttransport om hun mandaat effectief uit te kunnen voeren. Sinds 2016 werken Denemarken, Portugal, België en Zweden samen in een rotatieschema om deze capaciteit aan MINUSMA te leveren. Het kabinet richt zich op deelname aan dit rotatieschema. De eerstvolgende beschikbare periode voor het leveren van een mogelijke bijdrage is vanaf november 2021, voor 6 maanden. Het kabinet onderzoekt de wenselijkheid en mogelijkheid van deze bijdrage.

Afghanistan
Het begeleiden, trainen en adviseren van de Afghaanse partnereenheid ATF-888 door het Nederlands-Duitse Special Operations Team (SOAT) heeft haar vruchten afgeworpen. Eerder dit jaar werd ATF-888 fully operational capable verklaard. Dit betekent dat deze eenheid nu ervaren genoeg is om operaties zonder begeleiding van het SOAT uit te voeren. Daarom richt de inzet van het SOAT, onder de vlag van Resolute Support, zich nu op het stafniveau en het verbeteren van de bedrijfsvoering. Door deze veranderde taakstelling is minder infrastructuur benodigd en kunnen voertuigen zoals de gepantserde Bushmaster terug naar Nederland.