7 december 2015
Home Nieuws Nabestaanden treinkapers De Punt beginnen zaak tegen staat

Nabestaanden treinkapers De Punt beginnen zaak tegen staat

Nabestaanden van twee doodgeschoten Molukse kapers van de treinkaping bij De Punt in 1977 beginnen een rechtszaak tegen de Nederlandse staat. Volgens hen zijn de kapers Max Papilaja en Hansina Uktolseja door mariniers geëxecuteerd terwijl ze zwaargewond en weerloos waren.

Nederland was in 1977 bijna drie weken in de ban van de kaping van de intercity Assen – Groningen. Na stukgelopen onderhandelingen eindigde de kaping met een grote bevrijdingsactie. Zes daders en twee treinreizigers kwamen om het leven.

Schiet mensen niet zomaar dood
Volgens advocaat Liesbeth Zegveld zijn twee kapers in de trein van dichtbij doodgeschoten. Zij werden in hun hoofd en borst geraakt, maar dat was volgens de advocaat onnodig. De twee waren door zware beschietingen van buiten de trein al uitgeschakeld. Ze konden dus geen bedreiging meer zijn.

Zegveld vindt dat de mariniers de twee daarom hadden moeten arresteren in plaats van doden. “Je schiet mensen niet zomaar dood, ook deze mensen niet. Tenzij dat absoluut noodzakelijk is.” En die noodzaak was er volgens de advocaat niet.

Zegveld stelde de Nederlandse overheid vorig jaar al aansprakelijk voor de schade die de nabestaanden hebben geleden. Die claim werd afgewezen. Na eigen onderzoek concludeerde de overheid dat het geweld niet onrechtmatig en buitenproportioneel was geweest. Volgens toenmalig minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie waren er geen kapers opzettelijk doodgeschoten. De conclusies van Zegveld en de nabestaanden zouden ‘vergaand en veelal onjuist’ zijn.

Autopsierapport
Zegveld houdt vol dat de dood van de twee onnodig was en stapt nu namens de nabestaanden naar de rechter. Zij beroept zich op autopsierapporten, verklaringen van de mariniers en technische rapporten. Daaruit blijkt volgens Zegveld wel degelijk dat Papilaja en Uktolseja (de enige vrouwelijke kaper) dodelijk werden geraakt door kogels die van dichtbij zijn afgevuurd door mariniers, die niet de intentie hadden iemand te sparen.

“De overheid heeft altijd beweerd dat beheerst geweld is gebruikt en dat de gijzelaars alleen door vuur van buiten de trein zijn geraakt.” Maar volgens Zegveld is dat een leugen. “Een van de twee had een schroeiplek van een wapen op z’n huid. In een van de rapporten staat bovendien dat kogels op 1 tot 2 meter afstand zijn afgevuurd.”

Eigen Molukse staat 
De kaping bij De Punt begon op 23 mei 1977. Tegelijkertijd begon een gijzelingsactie door jonge Molukkers in de lagere school De Meenthe in Bovensmilde. Beide gijzelingen werden pas op 11 juni beëindigd.

De acties vonden plaats in een tijd waarin onder Molukse jongeren grote ontevredenheid heerste. Een deel van hen radicaliseerde, streefde naar een eigen Zuid-Molukse staat en eiste dat Nederland zich meer voor dat ideaal zou inzetten.

Bron: RTL Nieuws