4 mei 2016
Home Missies European Union Police Mission I en II

European Union Police Mission I en II

Met de ondertekening van het Verdrag van Dayton in 1995 kwam er een einde aan de Bosnische oorlog. Sindsdien speelt de EU een belangrijke rol bij het stabiliseren van Bosnië-Herzegovina.

3.286

Dagen

194

Uitgezonden Nederlandse militairen

0

Omgekomen Nederlandse militairen

Foto's NIMH

Op verzoek van de Bosnische regering startte de EU op 1 januari 2003 met de European Union Police Mission. Dit was de eerste EU-missie in het kader van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid, in 1999 door de EU in het leven geroepen om zelfstandig vredesoperaties te kunnen uitvoeren

EUPM was de opvolger van VN-politiemissie United Nations International Police Task Force (UNIPTF), die sinds december 1995 met de hervorming en herstructurering van de Bosnische politie was belast.

EUPM was een civiele politiemissie in de meest klassieke zin van het woord. Het doel was helpen bij de ontwikkeling van een goed functionerend politieapparaat dat aan de hoogste Europese en internationale normen voldeed, zodat de bevolking het eigen justitieel apparaat kon vertrouwen. EUPM had geen uitvoerende taken, maar beperkte zich tot het adviseren, monitoren en mentoren van het midden en hoger politiekader. EUPM richtte zich daarbij vooral op openbare orde en veiligheid, criminaliteitsbestrijding, berechting, politieadministratie, ethiek en grensbewaking.

Aanvankelijk bestond EUPM uit zo’n vijfhonderd personen uit 33 landen. Ook Nederland leverde een bijdrage. In 2003 bestond die uit twintig militairen van de Koninklijke Marechaussee (KMar) en acht civiele politiefunctionarissen. Bij de dagelijkse taakuitvoering werd het ongewapende EUPM-personeel gesteund door troepen van SFOR (vanaf 1 december 2004 EUFOR).

“Wij hebben een zeer nauwe relatie met SFOR. We hebben geen wapens, dus SFOR is verantwoordelijk voor onze veiligheid en zekerheid”, aldus kolonel Ronald Dongor, die leiding gaf aan het eerste Nederlandse EUPM-detachement. Tussen juni 2004 en december 2005 leverde Nederland ook het plaatsvervangend hoofd EUPM in de persoon van brigade-generaal Henk Groeneveld.

De hervorming van het Bosnische politieapparaat verliep traag. Dat kwam door de corruptie en de moeizame samenwerking tussen de vele instanties die in Bosnië-Herzegovina actief waren. De EU kon geen einde maken aan de wijdverbreide corruptie. Dat konden alleen de lokale autoriteiten zelf door hun ambivalente houding ten opzichte van corruptie en georganiseerde misdaad te wijzigen. Eind 2005 bereikten de belangrijkste Bosnische partijen een politiek akkoord over de toekomstige politiehervormingen. De EU vertrouwde het toezicht toe aan een kleinere vervolgmissie. EUPM II werkte nauwer dan voorheen samen met lokale en internationale organisaties. De missie richtte zich vooral op de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en corruptie. Tevens leverde EUPM II een bijdrage aan het oprollen van ondersteuningsnetwerken van personen die het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) zocht. Nederland leverde zes civiele politiefunctionarissen en vier KMar-functionarissen aan EUPM II. Eind 2011 kwam er een einde aan de Nederlandse bijdrage; de EU beëindigde de missie in juni 2012.

Leestips