Home » Nieuws » Minister zet Korea-veteranen in de schijnwerpers bij uitreiking Bronzen Kruis 15 mei 2017

Vanochtend reikte minister Hennis in Schaarsbergen postuum een dapperheidsonderscheiding uit voor het moedige en beleidvolle optreden van Korporaal Pieter Berend Slager. In haar toespraak benadrukte de bewindsvrouw dat ze deze onderscheiding ook ziet als blijk van erkenning en waardering voor het optreden van alle oud-Korea-strijders.

In de herfst van 1950 vertrokken ruim 600 militairen van het eerste Nederlands Detachement Verenigde Naties met de boot vanuit Rotterdam, om de Noord-Koreanen terug te dringen. Onder hen bevond zich ook korporaal Slager. Hij diende op dat moment bij de Koninklijke Landmacht, bij het Regiment Van Heutsz. Hij behoorde tot de ondersteuningscompagnie van het Nederlands Detachement Verenigde Naties.

Granaten als kerstballen

De Nederlandse mannen waren goedgemutst. Ze verwachtten omstandigheden à la Nederlands-Indië aan te treffen. Bovendien luidde de boodschap: ‘De oorlog is bijna voorbij. Voor de Kerst zijn jullie weer thuis.’ Na aankomst in Pusan bleek dit al snel een illusie. De winter was meedogenloos. De mannen werden ingezet in een loopgravenoorlog aan het front. Tijdens de Kerstdagen huiverden ze in hun schuttersput. ‘Granaten doen dienst als kerstballen’, zo omschreef Robert Stiphout het in zijn boek ‘De bloedigste oorlog. Het vergeten bataljon Nederlandse militairen in Korea’.

Doden en gewonden

In de twee jaar daarna werd er vaak fel gevochten. Man tegen man, vechtend om elke heuveltop, struikelend over doden en gewonden. Maar liefst 122 Nederlandse militairen sneuvelden.

Vanaf begin juni 1951 lag het Nederlandse Detachement in reserve, om weer op krachten te komen.
De terugreis stond gepland voor 19 augustus. De dienst in Korea zat er dus bijna op voor de eerste lichting Nederlandse Korea-gangers. Omdat er inmiddels druk werd onderhandeld over een wapenstilstand, hoopten veel manschappen dat ze niet meer naar het front terug hoefden. Ze kwamen van een koude kermis thuis.

Weer naar het front

Op 10 juli startte de besprekingen over die wapenstilstand. Uitgerekend die dag kreeg het Nederlandse detachement te horen dat zij toch weer naar het front moesten, om druk op het onderhandelingsproces te zetten. De Nederlanders kwamen terecht in een bergachtig gebied, 30 km ten noorden van Inje. De bevoorrading verliep moeizaam. Het detachement zou te maken krijgen met ‘een weerstand, heviger dan waar ook eerder ontmoet’. Zo beschreef krijgshistoricus Schaafsma de situatie.

Dikke mist

De Nederlandse militairen moesten in eerste instantie de vijandelijke posities rond de berg Taeusan verkennen en in kaart brengen. Vanaf die berg namen de Noord-Koreanen voortdurend VN-kolonnes onder vuur. Het 38e Regiment van het Amerikaanse leger kreeg het bevel die berg te veroveren. Vooruitlopend daarop kreeg het Nederlandse detachement de opdracht de voor die berg gelegen Heuvel 1120 in te nemen. De aanval startte op 24 juli en bereikte twee dagen later z’n hoogtepunt.

Optreden korporaal Slager

Er hing die 26ste juli een dichte mist. De aanval die langs twee zijden werd uitgevoerd, liep al snel vast in zwaar Noord-Koreaans vuur. Er klonk een bevel om terug te trekken en te hergroeperen. Gesneuvelden en gewonden bleven achter. Er werd gevraagd wie deze gewonden wilde ophalen. Met grote risico’s en dus gevaar voor eigen leven. Korporaal Slager stak zijn vinger op. Zijn maten wezen hem erop dat hij nog maar zeven dagen hoefde en probeerden hem te overtuigen het niet te doen.

Daar had hij geen boodschap aan. Hij wist waar één van de gewonden lag en was vastbesloten.
Onderweg zag hij nog een tweede gewonde liggen. Nadat hij de eerste gewonde in veiligheid had gebracht, ging hij terug om ook die man op te halen. Met de tweede gewonde op zijn nek werd hij geraakt. Hij viel, kwam weer overeind en liep verder. Direct daarop werd hij nogmaals geraakt, ditmaal fataal.

Vergeten oorlog

Minister Hennis betrok in haar verhaal ook de aanwezige Korea-veteranen. “U heeft deze verschrikkingen van het slagveld aan den lijve ondervonden. Toch hebt u na terugkeer in Nederland weinig publieke erkenning ervaren. Niet voor niets betitelen velen de Korea-oorlog als een vergeten oorlog. Daarvan hebben we geleerd. Het waren harde lessen. Voor u in het bijzonder (…) Vandaag de dag beschikken we over een bijzonder stelsel van zorg, waardering en erkenning. Dit was ook broodnodig.”

(Bron foto: 11 Luchtmobiele Brigade)

 

Lees hier meer over de missie in Korea.

(Bron foto’s: Nederlands Instituut voor Militaire Historie)