31 mei 2018
Home Nieuws Hoog bezoek én Draaginsigne Veteranen voor oudste vrouwelijke veteraan van Nederland

Hoog bezoek én Draaginsigne Veteranen voor oudste vrouwelijke veteraan van Nederland

Ze is geboren in het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog, zat in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en diende daarna in voormalig Nederlands-Indië als verpleegster bij het KNIL. Op 30 april jl. werd Antonia Francisca Krijgsman-van den Hurk honderd jaar oud. Minister Bijleveld ging deze week op verjaardagsvisite en bracht bovendien een Draaginsigne Veteranen en bijbehorende veteranenpas mee. Uit het register van het Veteraneninstituut blijkt dat mevrouw Krijgsman de oudste*  vrouwelijke veteraan van Nederland is.

Mevrouw Krijgsman zag op 30 april 1918 het levenslicht en groeide op in een arm gezin. Nog voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voltooide ze haar opleiding tot verpleegkundige. Door haar avontuurlijke instelling was het niet verwonderlijk dat ze op een gegeven moment het verzet in ging. Het hielp dat zij als verpleegster buiten spertijd de straat op mocht gaan. Daardoor lukte het bijvoorbeeld om een de rivier over te zwemmen en berichten naar de geallieerden over te brengen.

Den Haag, 30 mei 2018.
Minister van Defensie Ank Bijleveld overhandigt de veteranenspeld aan de 100-jarige mevrouw Krijgsman.

Op naar Batavia

Diezelfde hang naar avontuur bracht haar na de oorlog in voormalig Nederlands-Indië. Op 31 januari 1946 meldde mevrouw Krijgsman zich als verpleegster aan bij de Militair Geneeskundige Dienst Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Doordat er een schreeuwend gebrek was aan verpleegkundigen, werd zij een ruime week later met tien andere verpleegkundigen op het vliegtuig richting Batavia gezet.

Cultuurshock

Totaal onvoorbereid op de Indonesische cultuur en de politieke situatie aldaar, ging mevrouw Krijgsman aan de slag. De cultuurshock, in combinatie met het feit dat mevrouw Krijgsman graag het initiatief nam, niet bang was en de handen uit de mouwen stak, leidde soms tot ongemakkelijke situaties. Zo wilde zij op een gegeven moment een grote stapel slipjes en Bh’s gaan uitdelen in de kampongs. Op het laatste moment werd zij behoed voor een groot schandaal, want in die tijd droegen alleen vrouwen van lichte zeden dit soort ondergoed.

Beslissende tijd

Mevrouw Krijgsman kwam in een militair hospitaal in de stad Padang op West-Sumatra te werken. Een tijd die in meerdere opzichten in haar geheugen gegrift staat. Ze genoot van de hechte band die er was tussen de verpleegsters en artsen, had veel lol en ook de soldaten waren erg op haar gesteld. Als mooie blonde vrouw riepen wilden alle patiënten graag door haar verpleegd worden.

Bruiloft

Uiteindelijk bracht de diensttijd haar ook een levenspartner in de persoon van Wilhelmus Jacobus Krijgsman, roepnaam ‘Wil’. Een Indische Nederlander (‘Indo’), zoon van een assistent-resident en reserveofficier bij het KNIL. In de Tweede Wereldoorlog werd hij afgevoerd naar Thailand, waar hij te werk werd gesteld aan de beruchte Birmaspoorlijn. Eenmaal terug in voormalig Nederlands-Indië, werd hij direct ingezet tijdens de eerste politionele actie en raakte in juli 1946 gewond.

In die tijd kreeg hij een oogje op mevrouw Krijgsman. Hij had echter concurrentie, want een zekere majoor probeerde ook haar aandacht te trekken, door regelmatig om 9:00 uur bij mevrouw Krijgsman te gaan koffiedrinken. Doordat de chauffeurs van beide officieren elkaar kenden, was Wil Krijgsman goed op de hoogte van de plannen van zijn ‘concurrent’. Hij zorgde er dan ook voor om op die momenten al om 8:30 uur op de koffie te gaan bij mevrouw Krijgsman. Dat pakte goed uit en resulteerde op 16 januari 1947 in een bruiloft.

Uit dienst

Het zorgde er wel voor dat mevrouw Krijgsman al na twee jaar uit dienst ging en niet de gebruikelijke drie jaar volmaakte. Een ‘officiersvrouw’ mocht bijvoorbeeld niet met haar man mee tijdens operaties, wat mevrouw Krijgsman niet accepteerde.  Vervolgens werd ze hoofd van het plaatselijke Rode Kruis en ging ze met haar man op patrouilles, waarbij ze ‘in haar ene hand ene stengun hield en met haar andere hand sjekkies voor haar man draaide’.

Verlof

In 1948 ging het echtpaar Krijgsman op verlof naar Nederland, met het idee om na enkele maanden weer terug te gaan. Met het einde van de Nederlandse aanwezigheid in voormalig Nederlands-Indië in zicht bleek dit niet meer te kunnen en moest het stel zich noodgedwongen in Nederland vestigen en maakte door het gebrek aan geld en huisraad een armoedige winter in de omgeving van Eindhoven door.

Hartaanval

Wil Krijgsman ging in Oirschot aan de slag bij het regiment Limburgse Jagers, werkte zich op en werd vervolgens in Den Haag geplaatst. In 1962 stond hij op het punt om als militair attaché uitgezonden te worden toen hij op 41-jarige leeftijd plotseling overleed aan een hartaanval. Hij werd met militaire eer begraven. Mevrouw Krijgsman is sinds die tijd alleen gebleven, want, zo motiveerde ze haar keuze ‘het huwelijk was zo goed, een volgende man zou niet passen’.

Veteranenpas

* Mevrouw Krijgsman was al wel in het bezit van het ‘Ereteken voor Orde en Vrede’ wat zij op 12 februari 1949 heeft ontvangen, maar stond nog niet geregistreerd als veteraan. Zij is nu de oudste geregistreerde vrouwelijke veteraan van Nederland

De meeste veteranen in Nederland staat geregistreerd bij het Veteraneninstituut en zijn in het bezit van de veteranenpas en het Draaginsigne Veteranen. Zij genieten niet alleen van het gevoel van erkenning die toekenning en bezit van de pas oproept, maar ook van de bijbehorende faciliteiten.

Heb je nog geen veteranenpas? Dan kun je die hier aanvragen.

(Foto’s: eigen collectie mevrouw Krijgsman-Van den Hurk / Ministerie van Defensie)