24 november 2015
Home Nieuws Meeste veteranen zijn trots op hun uitzending en maken het goed

Meeste veteranen zijn trots op hun uitzending en maken het goed

Onderzoek: ondersteuning nodig voor 1 op 9 veteranen

Met verreweg de meeste Nederlandse veteranen gaat het ronduit goed, maar de veteranenzorg in Nederland kan zich wel meer uitnodigend opstellen. De helft van de veteranen met problemen meldt zich niet voor hulp die beschikbaar is. Dit blijkt uit onderzoek van het Veteraneninstituut in samenwerking met het Trimbos-instituut onder ruim 2800 veteranen.

Een meer uitnodigende opstelling is één van de aanbevelingen uit het onderzoek ‘Veteraan, hoe gaat het met u?’ dat de Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO) onlangs aanbood aan het Ministerie van Defensie. Uit dit onderzoek komt naar voren dat veel veteranen graag zélf hun problemen aanpakken. Dat ze niet zo snel ergens aankloppen voor hulp past bij de can-do mentaliteit van militairen, maar soms doen ze zichzelf daarmee tekort. Dan is het fijn als ondersteuning en zorg vaker actief worden aangeboden.

 

welbevinden

Veteranenloket
Een andere aanbeveling is dat meer aandacht moet uitgaan naar de gezinnen van veteranen, die immers vaak de eersten zijn die het merken als het niet goed gaat met een veteraan. Het thuisfront heeft bovendien zelf soms ook behoefte aan informatie of ondersteuning. Het vorig jaar bij het Veteraneninstituut ondergebrachte Veteranenloket is daarom nadrukkelijk een voorziening waar niet alleen de veteraan zelf, maar ook ouders, partners en andere betrokkenen (zoals huisartsen en werkgevers) met vragen over veteranenzorg en –voorzieningen terechtkunnen.

Uitzending als bijzondere ervaring
Driekwart van de veteranen is trots op wat zij tijdens hun uitzending hebben kunnen betekenen en kijkt daar met voldoening op terug. Zij zetten hun ervaring nu in voor de Nederlandse samenleving. Ongeveer 1 op de 9 veteranen heeft zorgen die gerelateerd zijn aan een eerdere uitzending.

Het onderzoek ‘Veteraan, hoe gaat het met u?’ is uitgevoerd door het Trimbos-instituut en het Veteraneninstituut, in opdracht van de RZO. 2.814 Veteranen deden mee aan het onderzoek. Zij zijn voor het onderzoek ingedeeld in zes verschillende perioden van uitzending, vaak vernoemd naar een toonaangevende missie in die periode: Nieuw-Guinea (1950-1962), UNIFIL (1947-1985), Cambodja-Srebrenica (1986-1995), Post-Srebrenica (1996-2001), de War on Terror (2002-2005) en 2006-heden.

Klik hier voor het volledige rapport en de publiekssamenvatting.