7 januari 2020
Home Nieuws ‘Erken dat militair held slachtoffer én dader tegelijk kan zijn’

‘Erken dat militair held, slachtoffer én dader tegelijk kan zijn’

Tine Molendijk promoveert op proefschrift over morele verwonding bij Nederlandse Srebrenica- en Uruzgan-veteranen.

Militairen met problemen na hun uitzending zijn gebaat bij breder begrip voor de morele complexiteit van moderne oorlogen. Dat begrip moet niet alleen vanuit de politiek, maar idealiter vanuit alle Nederlanders komen. Volgens Tine Molendijk, die op 7 januari promoveert aan de Radboud Universiteit, is het tijd om onze perceptie van militairen bij te stellen. ‘We zijn naïef als we als samenleving denken en verwachten dat militairen teddybeerstrooiend voorwaarts gaan.’

Molendijk deed onderzoek naar ‘morele verwonding’, een relatief nieuw begrip. ‘Het gaat over gebeurtenissen die sterk ingaan tegen de eigen morele overtuigingen, zowel bij andermans als eigen handelingen. We kijken dan naar de psychische impact daarvan,’ aldus Molendijk. ‘Dat is anders dan PTSS, de term die nu vaak wordt gebruikt voor oorlogstrauma’s. PTSS is eigenlijk vooral een medische term geworden, een begrip voor zaken die tussen de oren zitten en behandeld worden met pillen.’

Door de complexiteit van moderne oorlogen is het voor sommigen onvermijdelijk om niet met zijn of haar morele overtuigingen in de knoop te komen, zo betoogt Molendijk. Ze baseerde zich voor haar onderzoek op gesprekken met tachtig veteranen van de missies naar Srebrenica en Uruzgan, ‘van mensen die er weinig tot geen last van hadden tot mensen die het vijfentwintig jaar later nog steeds als zeer heftig ervaren’. Het concept ‘morele verwonding’ biedt een goed aanknopingspunt om nader te onderzoeken wat deze militairen ervaren. ‘Het is eigenlijk hét type verwonding van huidige missies, waarin militairen vaak niet alleen moeten vechten maar ook humanitaire taken vervullen’, aldus Molendijk.

Complexiteit is onvermijdelijk
De oplossing voor morele verwonding is niet enkel bij de militairen zelf te vinden. Molendijk: ‘Tijdens de opleiding krijgen militairen namelijk al te maken met trainingen waarin ethische dilemma’s behandeld worden. Dat is belangrijk, want in eerste instantie denken velen vooral vrij zwart-wit. Je moet gewoon je gezond verstand gebruiken, wordt er gedacht. Maar eenmaal uitgezonden zien militairen dat het veel complexer is. Ook de nazorg wordt steeds beter, maar toch moeten we het niet alleen daarin zoeken. Dan laat je militairen alsnog de morele last van hun werk helemaal zelfstandig dragen.’

‘Hoewel de regering die ethische worstelingen natuurlijk niet kan voorkomen, is het ook op dit niveau wel mogelijk ze te beperken door vooraf de parameters van een missie of uitzending goed te overwegen. Stuur je, zoals in Srebrenica, peacekeepers naar een oorlogsgebied, dan weet je dat het moeilijk wordt.’ Andersom kan het ook fout gaan: bij een counterinsurgency-missie zoals die van de Task Force Uruzgan is vechten onvermijdelijk, maar wordt daar door zowel de Tweede Kamer als Nederlandse bevolking soms heftig op gereageerd. ‘Daardoor ontstaat onder sommige militairen een damned if you do, damned if you don’t-gevoel.’

Bewustwording
Uiteindelijk is het aan de samenleving om die complexiteit te accepteren. ‘We moeten op een meer volwassen manier over oorlog nadenken, een complexere taal voor onszelf ontwikkelen. Een militair hoeft niet alléén een held, dader of slachtoffer te zijn, erken gewoon dat ze in de praktijk wel eens alle drie deze rollen hebben,’ roept Molendijk op. ‘De regering kan daarin tevens een rol spelen. Door bijvoorbeeld niet open te zijn over gevechten die plaatsvinden tijdens een uitzending ondersteun je het idee onder Nederlanders dat schone oorlogen bestaan. Maar dat is een illusie. Ook van militairen hoorde ik dat ze liever erkenning hebben dat er fouten zijn gemaakt, dan dat dit zo stil mogelijk wordt gehouden.’

‘We beseffen allemaal heel goed dat oorlog complex is, maar wij hebben de luxe om die onzekerheid en complexiteit makkelijk van ons af te kunnen zetten. We kunnen ook proberen een deel van die last op ons te nemen door de complexiteit te erkennen.’

Tine Molendijk is op 7 januari gepromoveerd aan de Radboud Universiteit. Voor haar proefschrift heeft zij onder meer gebruikgemaakt van tientallen interviews uit de Interviewcollectie Nederlandse Veteranen van het Veteraneninstituut. In een nieuw onderzoek naar morele verwondingen dat volgt op haar proefschrift, gaat Tine Molendijk meer kijken naar de organisaties waarin militairen en politiepersoneel werken. Het onderzoeksconsortium waarvan zij nu deel uitmaakt gaat ook drie verschillende interventies uitwerken die militairen, maar dus ook politieagenten, kunnen helpen bij het verwerken van hun morele verwondingen. De Radboud Universiteit, de Nederlandse Defensie Academie, de Politieacademie,  het Veteraneninstituut en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum vormen het onderzoeksconsortium. Uiteindelijk hoopt Tine Molendijk met haar proefschrift en het vervolgonderzoek bij te dragen aan minder lijden van politiepersoneel en militairen. ‘Want als politie en defensie meer bewust zijn van morele dilemma’s en de mogelijke gevolgen daarvan, kunnen ze ook optreden als meer moreel verantwoorde werkgevers. Je kunt nooit helemaal voorkomen dat mensen moreel verwond raken, maar je kunt het aantal situaties waarin mensen mogelijk moreel verwond raken wel verminderen.’