19 juli 2019
Home Nieuws Dit nooit weer. Of toch wel?

Dit nooit weer. Of toch wel?

Een verslag vanaf de Nijmeegse Vierdaagse.

De Vierdaagse van Nijmegen begon ooit als militaire mars om de militairen te trainen. Nu is het de grootste wandelmars ter wereld waaraan iedereen mag deelnemen. Jaarlijks doet ook het wandelteam van het Veteraneninstituut mee. Dit jaar zijn er 167 lopers die elkaar kunnen ontmoeten bij de Veteranentent langs de route. Even pauzeren met een hapje en een drankje en een broodnodige massage.

De tent staat op donderdag aan het eind van de Zevenheuvelenweg, een prachtige weg maar wel een geniepige kuitenbijter. Gelukkig zijn er professionele masseurs om de geplaagde kuiten weer op weg te helpen. Terwijl de kuiten van Libanonveteraan Chris Scheepers (61) onderhanden worden genomen, grinnikt hij bij de gedachte dat ie volgend jaar weer zal zwichten.

Chris: “Ieder jaar aan het eind van de Vierdaagse zeg ik tegen mezelf : ‘Dit nooit weer’. Maar dan wordt het februari, inschrijvingstijd, dan ga ik toch weer voor de bijl. Dit is nu de derde keer dat ik meeloop. Volgend jaar kom ik terug.”

Op de andere tafel ligt Jan Zondag ( 70) die net met een moeilijk gezicht zijn onwennige wandelschoenen heeft uitgetrokken. Zijn hielen vol pleisters. De beruchte blaren. “Die heb ik voor de eerste keer”, verzucht hij. “Ik ben marathonloper en dan gebruik je hele andere spieren. En hele andere schoenen.“ Twee keer was hij uitgeloot voor de Vierdaagse maar dit jaar kon hij meedoen. “Ik heb er niet voor getraind want ik dacht het gaat toch weer niet door.” Jan Zondag werd als technisch officier bij de Luchtmacht eind jaren negentig uitgezonden naar Villa-Franca en heeft 40 jaar bij de luchtmacht gewerkt. Over zijn uitzending wil hij verder niets kwijt. Liever vertelt hij over het tomeloze enthousiasme wat hij onderweg is tegengekomen. “Je wordt gedragen door het publiek.”

Ondertussen wrijft en klopt marinier John de Ruiter, Joegoslavië- en Cambodjaveteraan en nu vrijwillig masseur, het melkzuur uit de vermoeide wandellatten van de marathonloper: “Mensen denken dat klimmen zwaar is voor de spieren maar dalen is veel zwaarder voor de pezen.” Jan Zondag ondergaat de behandeling gelaten tot hij zich weer in zijn wandelschoenen mag rijgen. Nog zo’n 5 kilometer, daar ligt vandaag de finish op hem te wachten.

De 77-jarige Gerard van Elteren rust lekker uit op een stoeltje in de schaduw van de tent. Van Elteren, die alweer voor de 19e keer meeloopt, is Nieuw Guineaveteraan en was korporaal torpedomaker op de Jan Evertsen. Aan Nieuw Guinea heeft hij goede herinneringen. “Behalve dan die ene keer dat we een bootje van Indonesiërs naar de bodem hebben geschoten, daar zaten toch mensen op. Pas veel later dacht ik daar aan. Van Elteren loopt vooral mee om collega’s van de marine te ontmoeten.

Gerard: “Met dit Veteranenteam hoor je ergens bij. Dat doet toch wat met me. Mensen langs de kant zien dan mijn shirt met het VI- logo en vragen dan of ik veteraan ben, en waar ik ben geweest.”

Het wandelen gaat Gerard uitstekend af. “Geen blaren. Ietsje rugpijn.” Na een half uurtje komt hij uit zijn stoel, zwaait iedereen gedag en vervolgt zijn weg met stevige stappen, waarbij hij telt, 1,2 ,3 ,4. 1, 2, 3,4…