21 oktober 2020
Home Nieuws Ik ben… van kleur verschoten

Ik ben... van kleur verschoten

Wat als je tijdens de uitzending van mandaat wisselt?

De VN bestaat dit jaar 75 jaar. Wat als je tijdens de uitzending van mandaat wisselt? Van kleur verschiet? Drie veteranen vertellen.

Jaap Mantel (80)
Nieuw-Guinea 1961
Adjudant

‘Steeds meer van mijn collega’s verlieten Nieuw-Guinea en er ontstond een tekort aan onderofficieren. Bij het PVK (Papoea Vrijwilligers Korps) zaten ze te springen om mensen en ik wilde nog lang niet terug naar Nederland. Het PVK werd toegevoegd aan de VN-vredesmacht UNTEA. Dus zo maakte ik de tijdelijke overstap van het Nederlandse leger naar het PVK, als Nederlands kaderlid. Het was zeker een unieke situatie dat we eerst een strijdende partij waren en na de wapenstilstand tot de VN-vredesmacht gingen behoren. In de praktijk betekende het dat ik een ander uniform kreeg, werd gehuisvest in een woning bij het onderofficiersverblijf en werd – dat was zeker een groot pluspunt – tijdelijk bevorderd tot sergeant, althans in functie. Dit was een mooie kans om in die hogere rang te werken, een ervaring die ik anders niet zo snel kon opdoen. De PVK was net opgericht door Nederland en ze hadden behoefte aan training. Dat was mijn taak, ik kreeg een klasje van ongeveer dertig locals onder mijn hoede. Ze waren allemaal ontzettend gemotiveerd om zich in te zetten voor hun land. De zaak van de Papoea’s ging me zeker aan het hart, maar ik kon niet meer doen dan me opgedragen was. Ik kan me nog herinneren dat de Indonesiërs kwamen en de zaak overnamen. Aan het einde van dat jaar kwam er ook een einde aan mijn avontuur op Nieuw-Guinea en vertrok ik naar Nederland.’

 

“Dit was een mooie kans om in die hogere rang te werken, een ervaring die ik anders niet zo snel kon opdoen”

Douwe Brouwer (74)
Bosnië 1995 – 1996
Luitenant-kolonel logistiek transport bataljon

‘De Akkoorden van Dayton hingen al in de lucht toen ik in het najaar van 1995 naar Bosnië vertrok. Ik was er een maand toen op 20 december het verdrag inging. Dus wij gingen van de ene op de andere dag van een blauwe VN-missie naar groene NAVO-missie. Er werd mij vanuit Nederland gevraagd hoeveel liter groene verf en hoeveel kwasten ik nodig had. Het was de bedoeling dat we zelf al onze voertuigen gingen overschilderen. Ik zag het niet zitten om meer dan tweehonderd voertuigen te transformeren. Ik had al gezien bij de Fransen dat het geen succes was om het zelf te doen; de verf bladerde er in mum van tijd vanaf. Gelukkig konden wij dat aan een aantal locals uitbesteden die dat professioneel oppakten.

De voertuigen waren natuurlijk maar een klein deel van de transformatie. Zo moesten we ook vanaf 21 december zelf voor voeding en brandstof zorgen. En moesten nieuwe contracten voor de locals die op onze basis in Busovaca werkten en voor onze huisvesting worden opgesteld. Ook stopte de stroom aan inlichtingen. Het was alsof we stekeblind waren zonder informatie over wat er om ons heen gebeurde. Eind januari was alles in grote lijnen weer op orde.

De eerste tijd daar – onder de UNPROFOR-vlag – waren behoorlijk hectisch. Onze troepen konden niet veel doen. Ondanks alle ellende die ze zagen. Toen ik arriveerde, eerst voor een kennismakingsronde, heb ik direct uren in de bunker gezeten in verband met een mortierbeschietingen en toen ik een half jaar later weer naar huis ging, was er veel veranderd. Het geweld was praktisch voorbij, de inwoners waren opgelucht want het was toch de weg naar vrede. IFOR betekende eigenlijk freedom of movement. Nog steeds probeerden verschillende partijen ons tegen te houden of ons werk te bemoeilijken, maar nu hoefden we ons dat niet meer te laten vertellen.

Ik heb altijd een goed gevoel gehad over mijn missietijd. Neem bijvoorbeeld de gigantische operatie om het Gemechaniseerde bataljon van ruim duizend man inclusief vier schepen met materiaal up and running te krijgen. Door een storm in de Golf van Biskaje waren de schepen – met aan boord o.a. veertien Leopards, 78 rupsvoertuigen, 500 kub hout, 300.000 zandzakken, 50 dixi’s, 2300 stoelen en 240 kachels – vertraagd en moest ik slaapplekken organiseren voor de mannen en vrouwen in een koude en natte winter. Als dat dan met hard werken lukt, geeft een gevoel dat niemand van je afpakt.’

 

“Het was de bedoeling dat we zelf al onze voertuigen gingen overschilderen”

John Angenent (65)
Missie: Libanon 1980
Functie: PC Stafwachtpeloton/Force Mobile Reserve (FMR) peloton

‘Libanon was mijn kans op actie, dus ik heb me direct aangemeld toen de Nederlandse deelname aan de VN-missie bekend werd. Ik moest er wel voor overgeplaatst worden, maar ik kon er uiteindelijk heen met de stafwacht. Mijn taak was de beveiliging van het hoofdkwartier in Haris. Ik zat er net een maand, had me de routines van het kamp eigen gemaakt, toen ik van de compagniecommandant de opdracht kreeg om een YP met een paar mannen naar de Force Mobile Reserve te sturen. Het was een Paaszondag, dus erg rustig. Aan niets merkte ik dat er iets dreigends in de lucht hing. Sterker nog, een van mijn mannen – die zich wat verveelde – ging als ‘toerist’ mee met de YP408. De volgende ochtend kreeg ik een uitbrander dat ze hun alarmuitrusting niet aan hadden. En ik moest me zelf ook bij de FMR melden. Onze Ierse collega’s hadden te maken met escalaties, omdat zij de toegang bewaakten tot een strategisch gelegen post. Vanaf deze hoogste heuveltop had je uitzicht tot aan de Middellandse Zee en richting Tyrus. Wij namen daar met drie YP’s een grendelstelling in, en op een gegeven moment werd er gericht op ons geschoten.

We hebben ontzettend veel geluk gehad. Gelukkig waren we allemaal onder pantser. Of ik wilde terugschieten? Het was gewoon geen optie door de rules of engagement. Daarnaast, het was en bleef een vredesmissie en er waren afspraken: standaard met een lichter kaliber terugschieten en bij voorkeur ook een paar schoten minder. We waren overrompeld, maar ik kan van mezelf zeggen dat ik voorbereid was. Mijn idee is altijd geweest dat blauwe missie niet veel verschilt van een groene. Natuurlijk, als VN-missie ben je zichtbaar aanwezig en je schiet niet. Maar patrouille lopen of een roadblock opwerpen is in beide gevallen hetzelfde. We hebben er een goede week in stelling doorgebracht. Uiteindelijk gebeurde er weinig, af en toe werd er wat geschoten. Delen van mijn peloton werden afgelost, ook al wilden zij eigenlijk niet weg. Het eindigde toen de Ieren besloten om het dorp leeg te vegen om zo een einde te maken aan de schermutselingen. Tijdens het At Tiri-incident viel er een dode aan de kant van Haddad. De wraakneming door Haddad op deze gesneuvelde SLA-strijder was het gevolg. Terwijl de Ieren spreken over een slag, is At Tiri bij ons onderbelicht. Zo zijn onze mannen er zonder onderscheidingen er bekaaid afgekomen in vergelijking met andere inzet.’

 

 

 

 

 

 

 

 

“Het was gewoon geen optie door de rules of engagement”