9 juni 2020
Home Nieuws Militair vangnet

Militair vangnet

Defensie onmisbaar in coronacrisis.

Foto header: ANP

De skills & drills van militairen, aangevuld met de nodige ervaringen uit missiegebieden, bleken in de eerste maand van de coronacrisis goud waard. Militairen vormden de broodnodige smeerolie in het zorgsysteem dat dreigde overbelast te raken.

Luitenant Lin Brandwacht (29), Pelotonscommandant chirurgisch peloton.

‘In de hitte van de strijd moet iemand keuzes maken’

Lin Brandwacht werkte nog maar enkele maanden als commandant van een chirurgisch team, toen ze de opdracht kreeg om te helpen bij het opzetten van een zorglocatie voor coronapatiënten in het Van der Valk-hotel in Urmond.

‘In feite was dit mijn eerste “missie”, want ik werk pas sinds november 2019 bij Defensie. Zaterdag 21 maart kreeg ik de opdracht om mij, samen met mijn plaatsvervanger, de volgende morgen te melden in Urmond. We wisten niet wat we moesten gaan doen en hadden evenmin veel tijd om iets voor te bereiden. Toen we daar aankwamen, bleek dat onze meerwaarde vooral bestond uit het opzetten van een zorgsysteem in een ‘niet-organieke’ zorglocatie. Bij de landmacht oefenen we vaak met het opzetten van hospitalen in bijvoorbeeld een oude school of hotel. Na een halve dag was het mij al duidelijk dat er een aantal sleutelfunctionarissen ontbrak. Bijvoorbeeld een opname- en ontslagfunctionaris, een regieverpleegkundige en een apothekersassistent. Deze drie personen heb ik laten overkomen van het geneeskundig bataljon in Ermelo. Daarnaast heb ik ervoor gezorgd dat de hoogste medische functionaris de functie van ‘clinical director’ kreeg. In de hitte van de strijd moet iemand keuzes maken, bijvoorbeeld om te beoordelen wie we wel en wie we niet konden opnemen. Deze ‘clinical director’ vonden we in de persoon van een specialist ouderengeneeskundige van het Zuiderlandziekenhuis en die deed het geweldig. Toen we weggingen hebben we haar gezegd dat ze bij Defensie zou moeten komen werken. Ze vond het verschrikkelijk dat wij weer vertrokken, maar wij waren er alleen voor de opstartfase. Op dinsdag 31 maart zat onze opdracht erop. Er lagen toen zo’n dertig patiënten in het zorghotel. Toen we vertrokken, hebben we gezorgd voor een gedegen ‘hand-over, take-over’, zoals we dat bij Defensie gewend zijn. Ik ben supertrots op wat we die week hebben neergezet met onze civiele partners.’

‘Je merkt dat de militaire structuren en besluitvormingsprocessen helpen om geen dingen te vergeten.’

‘Het kostte wel de nodige energie om de reguliere zorgmedewerkers in deze werkwijze mee te krijgen. Zij hadden de neiging om op één ding te focussen, maar juist in een crisissituatie moet je risicoanalyses maken, voor een planning zorgen en de nodige ‘checks’ inbouwen. Bij de landmacht zeggen we graag ‘vertrouwen is goed, controle is beter’.’

Luitenant-kolonel Theo van der Zanden, Commandant geneeskundige compagnie. Missies: Libanon (1983), Irak (2003), Afghanistan (2012)

‘In de zorg had dit minimaal een jaar gekost’

Toen de druk op de intensive care in ziekenhuizen in Noord-Brabant te groot werd, moest er iets gebeuren. Luitenant-kolonel Theo van der Zanden schoeide op militaire leest het veelgeprezen Landelijke Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS), samen met zijn collega, luitenant-kolonel Jürgen Muntenaar.

Wat is er zo bijzonder aan het LCPS?
‘De structuur die wij hebben opgezet, lijkt op die van een brigadehoofdkwartier in een missiegebied. Op onze eerste dag in het Erasmus MC in Rotterdam hebben we een presentatie gehouden waarin we hebben uitgelegd hoe een gevecht in Afghanistan werd gecoördineerd. Het was voldoende om het team te overtuigen van de voordelen van onze werkwijze. Samen met een ploeg co-assistenten in opleiding en enkele specialisten van het Erasmus MC hebben we dit centrum vervolgens kunnen opzetten.’

Waarom konden de ziekenhuizen dit niet zelf?
‘Die hadden niet de ervaring die wij meebrachten, en zijn over het algemeen alleen gericht op de zorg in hun eigen ziekenhuis. Ook als het ging om apparatuur en beschermingsmiddelen was er geen landelijke coördinatie. Bij het opzetten van zo’n coördinatiecentrum heb ik me soms best wel verwonderd. Hoewel er een groot probleem was in Brabant, was er in het noorden soms nog weinig ‘sense of urgency’. Uiteindelijk hebben we iets in enkele dagen voor elkaar gekregen wat normaal gesproken minimaal een jaar had gekost in de zorg.’

U heeft ook de nodige militaire terminologie geïntroduceerd
‘Ha, dat klopt! Ik had het er bijvoorbeeld over dat we aan het einde van de week ‘Fully Operational Capable’ moesten zijn. Eerst kijken ze je raar aan, maar toen er halverwege de week een nieuwe medewerker werd geconfronteerd met deze term, riep iedereen ‘weet je dat dan niet?’. Ook van een ‘battle captain’ kijken ze niet vreemd meer op. Dat is de militair die leiding geeft aan het team dat alle zorgregio’s en ziekenhuizen, patiënten, ambulances en traumaheli’s inzet.’

Hoe kijkt u terug op uw inzet?
Ik heb in Rotterdam drie intensieve weken doorgemaakt en het was voor mij een emotioneel moment om het Erasmus MC vaarwel te zeggen. Elke missie gaat in je systeem zitten. Ik was in Libanon, in Irak, in Afghanistan. Maar deze zal ik nooit vergeten: de mensen waarmee ik gewerkt heb zitten in mijn hart.’

Kolonel Peter Tankink, Commandant J3 bij de Directie Operaties. Missies: vijf missies boven voormalig Joegoslavië (1993-1997), Kosovo (1999) en Afghanistan (2005 en 2009)

Kikkers in de kruiwagen houden

Veel militairen konden niet wachten om te helpen tijdens de coronacrisis. Als hoofd van het Crisis Actieteam (CAT) van Defensie, moest kolonel Peter Tankink dit in goede banen leiden.

Dat Defensie helpt bij het bestrijden van de Covid19-pandemie vloeit voort uit de grondwettelijke taak om nationaal bijstand te verlenen wanneer dat nodig is. Dat betekent niet dat de organisatie alles doet. Tankink:

‘We mogen pas in actie komen als de capaciteit van de civiele organisatie tekortschiet, als Defensie iets unieks in huis heeft dat kan helpen en als wij iets veel sneller kunnen dan een civiele organisatie.’

‘Zo konden wij de coronabus uit Italië ontsmetten, omdat alleen wij daarvoor de middelen hebben. Ook maakten we binnen 48 uur vijfhonderd ID-kaarthouders om op een wapenstok van een politieagent te kunnen zetten.’

Als hoofd van het CAT was Tankink verantwoordelijk voor het zo goed mogelijk vertalen van hulpaanvragen voor militaire inzet. ‘De grootste uitdaging was om alle kikkers in de kruiwagen te houden’, zegt Tankink. ‘In zo’n situatie lopen er veel informele lijntjes. Er worden politieke afspraken gemaakt, op directieniveau zijn er allerlei wensen. Dat probeerden we te vertalen naar een concreet product.’ Zo kreeg het CAT van het Ministerie van VWS de vraag om beademingsapparatuur op te halen in China. Tankink: ‘De gedachte is dan: “dat doen jullie toch wel even?”. ‘Dat is niet zo, maar we verzinnen dan wel een plan om dit samen met eventuele partners toch voor elkaar te krijgen. De kunst is om realistisch te blijven nadenken.’ Ook aan de kant van Defensie moest Tankink met zijn team de nodige kaders stellen. ‘Veel medewerkers stonden te trappelen om iets te doen. Zo was er een medewerker die 6000 handschoenen aan een ziekenhuis gaf. Dat is goed bedoeld, maar we kunnen niet ongecontroleerd spullen weggeven. Zelf hebben we ook handschoenen nodig.’

Tweede luitenant Miranda Kozoderovic (35). Teamleider bij de brigade grensbewaking van de Koninklijke Marechaussee. Missie: Bosnië (2017-2018)

Toch toeristen die de grens over wilden

De internationale lockdown zorgde op Schiphol voor een desolate en surrealistische omgeving. Toch was er nog personeel van de Koninklijke Marechaussee actief om de reisbeperking te handhaven en gestrande reizigers te helpen.

‘In de weken na de “intelligente” lockdown hebben we alleen reizigers toegelaten die met een essentiële reden naar Nederland kwamen. Denk aan een begrafenis van een eerstegraads familielid of een hereniging met een echtgenoot’, vertelt Miranda Kozoderovic. Niettemin zag ze ondanks alle beperkingen ook gewoon toeristen die Nederland wilden bezoeken. ‘Het ging dan vaak om mensen uit de Verenigde Staten en Canada die al op reis waren in Europa. Zo hadden we een jongedame die eerst op vakantie was in Kroatië en vervolgens Nederland wilde aandoen. Die hebben we geweigerd.’ Op die manier zijn er ruim vijftig mensen tegengehouden. Kozoderovic had ook te maken met gestrande reizigers. ‘Zo hadden we bijvoorbeeld een vliegtuig vol met Indiërs. Tijdens hun vlucht werd de lockdown in Indië afgekondigd, ze mochten niet terug naar huis. Ze hebben toen noodgedwongen bij ons een tussenstop gemaakt. Ze verbleven in de internationale lounge. We hebben die passagiers voorzien van eten.’

Kapitein-arts Juriaan Tas (28), Militair arts-assistent bij de Koninklijke Luchtmacht.

Tijd kopen

In het LangeLand Ziekenhuis in Zoetermeer sprongen twee militaire artsen bij om de intensivisten op de IC te ontlasten. Eén van hen was kapitein Juriaan Tas van de Koninklijke Luchtmacht.

‘Ik ben op 10 april begonnen en zat tot die tijd met smart te wachten om ingezet te worden. Het is gek als je als arts niet kunt helpen tijdens een medische crisis. Bovendien had ik voor mijn tijd bij Defensie IC-ervaring opgedaan. In de weken dat ik in het LangeLand Ziekenhuis heb gewerkt, stelde ik onder leiding van de intensivist (specialist op de IC) het medische beleid op voor de coronapatiënten en voerde de nodige medische handelingen uit. Sommige patiënten zijn door een heel diep dal gegaan. Het is mooi om te zien als ze dan uiteindelijk toch opknappen. Aan de andere kant, sommige coronapatiënten liggen meer dan een maand aan de beademing. Mensen die voordat ze ziek werden vol in het leven stonden konden na de beademing nauwelijks nog een arm optillen. Zij hebben een lang en zwaar revalidatietraject voor de boeg. De sfeer in ons team was ontzettend goed, wat belangrijk was om het vol te kunnen houden.’

‘Ik vond het bijzonder dat er sprake was van enorm wederzijds vertrouwen en dat het medisch beleid blindelings werd opgevolgd, zonder dat ze eerder met mij hebben gewerkt.’