9 juni 2020
Home Nieuws Bart Richters over zijn missie in Angola

Bart Richters over zijn missie in Angola

‘God kan daar niet zijn geweest’.

Veteraan Bart Richters werkte 35 jaar voor Defensie. Begin jaren negentig werd hij door de VN uitgezonden naar Angola. Wat begon als een kalme missie, ontaardde in een inferno.

Bart Richters heet officieel Barend Lionel Richters. Die tweede doopnaam, Lionel, heeft hij te danken aan een Canadees, die in de maanden na de oorlog in Nederland bleef en bevriend raakte met Barts ouders. ‘Lionel Haslam werd twee weken nadat hij in Canada trouwde, gedropt op de stranden van Normandië,’ vertelt Richters. ‘Op 14 april 1945 was hij een van de Canadese bevrijders van Zwolle, de plek waar mijn ouders, toen nog verloofd, bij mijn grootouders inwoonden. Ze kwamen Lionel op straat tegen en nodigden hem uit. Hij zat bij de genie en bleef na de oorlog hier om te helpen met het herstellen van de infrastructuur. In die maanden is er een hechte vriendschap ontstaan.’

Eind 1945 ging Haslam, die vanwege zijn geringe lengte de bijnaam ‘Shorty’ had, terug naar Canada. ‘Mijn ouders hebben hem toen beloofd dat, als ze ooit een zoon zouden krijgen, ze die naar hem zouden vernoemen. Aan die belofte hebben ze zich gehouden. Shorty werd mijn peetvader.’ De vriendschap hield stand, ondanks de geografische afstand. In 1971 kwam Shorty naar Nederland, in 1981 zochten Richters ouders hem op. ‘Mijn vader kreeg tijdens die vakantie een fatale hartstilstand,’ vertelt Richters. Hij is in Canada begraven. Shorty en hij liggen op dezelfde begraafplaats.’

Avontuurlijk
Het ontbreekt Bart Richters niet aan bijzondere verhalen. Hij heeft 35 jaar bij Defensie gewerkt. Terugblikkend vindt hij het ‘een groot avontuur’. ‘Natuurlijk heb je ook wel eens je mindere momenten, maar noem een baan waarin je die niet hebt. Als beroepsmilitair heb ik volop mogelijkheden gekregen me te ontwikkelen. Ik heb opleidingen kunnen doen en een heel dynamische loopbaan gehad.’

Een kort, maar hevig hoogtepunt vormt Richters uitzending naar Angola. Na een jarenlange burgeroorlog tussen de marxistische, door Moskou en Cuba gesteunde MPLA-regering en het door Zuid-Afrika en de VS gesteunde UNITA, slaagden de VN er in 1991 in een vredesakkoord te bereiken tussen de strijdende partijen. Een jaar later werden er verkiezingen uitgeschreven. De MPLA won die. Kort daarop werd Richters uitgezonden naar Angola. ‘Het was een zogeheten waarnemingsmissie. Onze opdracht was te monitoren of de voorheen strijdende partijen zich aan afspraken hielden. Iedereen zou zijn wapens inleveren en er zou een centraal leger komen.’

Richters werd op eigen verzoek gestationeerd op een buitenpost, midden in de jungle van centraal Angola. ‘Op een plek die eigenlijk bemand hoorde te zijn door vijf mensen, zat er maar een: een Braziliaanse kapitein, Cyrillo. Hij sprong meteen in de houding toen hij mij zag en vroeg “Are you a good cook, sir?” De man kon zelf niet koken en verheugde zich op een goede maaltijd. Ik vind koken leuk, dus eten bereiden heb ik al die tijd gedaan.’

Aanvankelijk leek het een rustige missie te worden. ‘Ons werk was patrouilleren en rapporteren wat we waarnamen. Dat verliep vooralsnog betrekkelijk vreedzaam. Ondertussen moesten we onszelf in leven houden. We werden sporadisch bevoorraad vanuit de lucht, maar kochten ook eten op de lokale markt, of deden aan ruilhandel met bewoners van een dorp vijfhonderd meter verderop. Olie tegen rijst of eieren. Wij hadden een aggregaat waarmee we het dorp soms van licht voorzagen en kregen dan in ruil een kip.’

UN Angola Verification Mission II

In Angola, dat sinds de onafhankelijkheid in 1975 vrijwel constant in een burgeroorlog was verwikkeld, maakte een vredesakkoord op 31 mei 1991 tijdelijk een einde aan het geweld. De United Nations Angola Verification Mission II moest helpen toezicht houden op de wapenstilstand en de ontwapening en demobilisatie van de strijdende partijen. Nederland ging hieraan in de loop van 1991 deelnemen met vijftien militaire waarnemers en tien politiewaarnemers (marechaussees). Zij werden samen met hun buitenlandse collega’s in kleine groepjes verspreid over het land ingezet. Na de verkiezingen van september 1992 laaide de burgeroorlog echter weer op. De ongewapende waarnemers stonden machteloos. Pas toen de strijdende partijen in november 1994 een nieuw vredesakkoord sloten en een veel robuustere vredesmacht (UNAVEM-III) tot stand kwam, kwam de situatie weer onder controle.

Grimmig
Wat eerst ‘bijna een vakantie’ leek, kreeg gaande de tijd een steeds grimmiger karakter. ‘Ik had iedere avond om acht uur radiocontact met Nederlandse militairen die elders in het land gestationeerd waren. Na drie weken hoorden we voor het eerst berichten over opnieuw oplaaiend geweld. Rebellen bestookten het regeringsleger met wapens die ineens overal vandaan leken te komen.’ Wie die wapens leverde, weet Richters niet. Cyrillo en hij maakten tijdens hun patrouilles ook ineens schokkende geweldsincidenten mee. ‘Een man die in de rij stond voor drinkwater uit een tank en voordrong, werd door een andere man koelbloedig door het hoofd geschoten. Op een marktplein zagen we hoe mensen een man aan handen en voeten vastbonden, met benzine overgoten en in brand staken.’ Richters is achteraf blij dat hij ongewapend was. ‘Ik had mijn wapen anders mogelijk gebruikt en dat met mijn leven moeten bekopen.’

De berichten over de opnieuw oplaaiende burgeroorlog namen in de weken erna alleen maar toe. ‘Op een bepaald moment kregen we de opdracht te vertrekken, omdat we anders zouden worden ingesloten door rebellen.’ De tocht die Richters en zijn maat vervolgens per jeep ondernamen naar de VN-post in Benguela, een havenstad aan de westkust van Angola, zal hij nooit vergeten.

Dante’s inferno

‘We waren ’s morgens in alle vroegte vertrokken. Even buiten het dorp zagen we de dorpsoudste dood in de berm liggen. Hij was een paar dagen eerder nog bij ons geweest met zijn vrouw, om ons zijn pasgeboren baby te laten zien. Niet veel later, voorbij een bocht, zagen we een tafereel dat ik alleen maar kan omschrijven als Dante’s inferno. Brandende voertuigen, tientallen doden, op de weg en in de auto’s. Een legerkonvooi was er aangevallen door rebellen.’ Op de weg lagen allemaal dode lichamen, maar uitwijken naar de berm durfden Richters en zijn maat niet. ‘Angola stikte van de landmijnen. Als wij op patrouille waren, piesten we staand vanuit de auto. We zijn om te ontkomen over die dode soldaten heengereden.’ Richters vindt het vreselijk om eraan terug te denken. ‘Toen we er voorbij waren en ik in mijn achteruitkijkspiegel keek, zei ik tegen Cyrillo: “God kan daar niet geweest zijn.” Waarop hij antwoordde: “Als ie dan maar wel bij ons op de achterbank zit.”’

“Brandende voertuigen, tientallen doden, op de weg en in de auto’s.”

Voor de twee aankwamen in Benguela, werden ze bedreigd door twee gedrogeerde jochies – ‘kinderen nog’ – met een doorgeladen machinegeweer en moesten ze onderhandelen met een rebellengroep onder leiding van een man die zich Rambo liet noemen. ‘Een heel dreigende situatie ook. Die mannen hadden allemaal een Kalasjnikov. Ze lieten zich gelukkig paaien met blikjes paté, soldatenkoeken en balpennen met camouflageopdruk. Toen we wegreden, riep hij ons “God bless you” na. Die man was een ongeleid projectiel, die ons voor hetzelfde geld had afgemaakt.’ Benguela werd diezelfde dag nog bereikt. ‘Nooit heb ik een biertje gedronken dat me beter gesmaakt heeft dan het blikje dat ik daar in mijn handen geduwd kreeg.’

Vingerlengte
Bart Richters zou zes maanden naar Angola gaan, maar kwam uiteindelijk na drie maanden terug. Met malaria. Getraumatiseerd. ‘Ik deed niet anders dan huilen.’ Zijn ervaringen hebben invloed gehad op zijn mensbeeld. ‘Ik ben ergens geweest waar de grens tussen leven en dood maar een vingerlengte is. Er schuilt ook een beest in de mens.’ Het heeft hem geholpen over zijn ervaringen te schrijven en praten en er lezingen over te geven.

Toch zou hij zonder aarzelen weer voor een dergelijke missie tekenen. ‘Ik ben er enerzijds psychisch door verwond geraakt, maar dat ik er levend uitgekomen ben heeft me ook een ongekend gevoel van euforie en onoverwinnelijkheid opgeleverd. Dat ik dát heb overleefd! Ik ben een gelovig mens en daar ontzettend dankbaar voor.’

Na zijn functioneel leeftijdsontslag  heeft hij jarenlang vrijwilligerswerk gedaan voor het Rode Kruis. Zo was hij operationeel leider, bestuurslid en voorlichter humanitair oorlogsrecht. Aan veel van zijn activiteiten kwam een eind toen hij in 2015, tijdens een vakantie in Indonesië, getroffen werd door het Guillain Barré-syndroom, een zeldzame zenuwaandoening die leidt tot spierzwakte en verlamming. ‘Mijn revalidatie is een lange weg geweest,’ vertelt hij, ‘maar mijn toestand is nu stabiel.’ Hij kan na veel therapie weer lopen, maar heeft ingrijpende restverschijnselen aan zijn ziekte overgehouden. Zo kan hij zijn handen, die soms helemaal gevoelloos zijn, maar beperkt gebruiken en heeft hij geen stevige balans meer. ‘Autorijden kan niet meer en we hebben de caravan ook weggedaan. Fietsen lukt nog op een driewieler.’

De tegenslag lijkt zijn montere aard niet te hebben aangetast. ‘Er is echt wel eens een moment dat ik in tranen ben. Maar ik heb een heel lieve vrouw en mijn kinderen en kleinkinderen wonen hier om de hoek. Als ik het mag beleven, vier ik volgend jaar mijn 75e verjaardag én ons vijftigjarig huwelijk. Ik tel mijn zegeningen.’

 

Over Bart

Bart Richters (Zwolle, 1946) besloot tijdens zijn dienstplicht in 1966 dat hij beroepsmilitair wilde worden. Hij begon zijn militaire loopbaan als dienstplichtig kanonnier en beëindigde die als beroeps majoor. Richters werd in 1992-93 uitgezonden naar Angola, waar hij deelnam aan een VN-missie (UNAVEM II). Op zijn 55e (in 2001) ging hij met functioneel leeftijdsontslag.