Bij het Veteraneninstituut (Vi) werken ongeveer 40 medewerkers op verschillende afdelingen.
Het bestuur van het Veteraneninstituut (Vi) is als volgt samengesteld:
Medewerkers Directie/Staf
Communicatie en Maatschappelijke erkenning (CME)
Maatschappelijk werk
Dienstverlening
Kennis- en onderzoekscentrum (KOC)
Dr. G. (Gerrit) Valk (1955) was ruim twaalf jaar lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. In deze periode bekleedde hij de functies lid van de parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en van de West-Europese Unie en was hij voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Defensie.
In 2002 startte Valk met een dissertatieonderzoek naar de geschiedenis van het betaald voetbal. Tegelijkertijd was hij adviseur van de parlementen van Kosovo en Kirgizië, waarbij hij de parlementen van deze landen steunde met het opzetten en verbeteren van hun controle-instrumentarium. Vanaf 2004 vervulde Valk twee jaar de functie van wethouder en locoburgemeester in de gemeente Bergen.
Momenteel is Valk eigenaar van het organisatieadviesbureau Valk Advies. In deze hoedanigheid is hij adviseur van het parlement van Irak en hielp hij in Bagdad het parlement met het opzetten van de Defensie- en Veiligheidscommissie.
Vanuit zijn organisatieadviesbureau is hij consultant voor Corus Nederland BV, voert hij consultancywerkzaamheden uit in Albanië, Georgië, Wit-Rusland, Armenië en Irak, en is hij voorzitter van de klankbordgroep Masterplan Noordzeekanaalgebied in opdracht van de provincie Noord-Holland.
Sinds 2008 is hij voorzitter van de Kamer van Koophandel Noordwest-Holland en sinds 2010 is hij lid van het dagelijks bestuur van de Kamer van Koophandel Nederland. Daarnaast is hij vennoot in Mediationhuis en tot slot sinds 1 maart 2011 werkzaam als bestuursvoorzitter van het Veteraneninstituut in Doorn.
CDRA bd drs. P.H. (Peter) Scholten (1951) voltooide zijn opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in 1971.
Naast diverse operationele functies aan boord van schepen en bij het Korps Mariniers heeft hij binnen de Koninklijke Marine voornamelijk gewerkt op het gebied van personeel & organisatie. De heer Scholten bekleedde in de periode 2001 tot 2004 de functie van Plaatsvervangend Directeur Personeel van de Koninklijke Marine en was vervolgens tot zijn functioneel leeftijdsontslag in 2006 Adjunct Hoofddirecteur Personeel bij de Bestuursstaf van het Ministerie van Defensie.
De heer Scholten is in 2007 toegetreden tot het bestuur van het Veteraneninstituut en vervult de functie van penningmeester.
generaal-majoor b.d. C.G.J. (Carel) Hilderink (1948) ging in 2005 als generaal-majoor van de Koninklijke Luchtmacht met functioneel leeftijdsontslag.
Gedurende de bijna 40 jaar dat hij bij de luchtmacht werkte was hij onder meer actief binnen de grondoperationele dienst, bij verschillende opleidingsinstituten, binnen de planningswereld bij zowel het Ministerie van Defensie als bij de Klu en als Directeur Personeel van dit krijgsmachtdeel.
In de jaren zeventig heeft hij anderhalf jaar in het Midden Oosten gewerkt als VN-waarnemer bij de United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO). Van 1995 tot 1997 leidde hij het Defensie Crisis Beheersings Centrum (tegenwoordig Defensie Operatie Centrum).
Toen hij Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie was werd hij in 2004 uitgezonden als eerste commandant van de NAVO-missie in Irak.
De heer Hilderink is in 2007 toegetreden tot het bestuur van het Veteraneninstituut en vervult de functie van secretaris.
majoor b.d. mevrouw M. (Margot) van Bergen (1972) trad in 1999 toe tot de Koninklijke Landmacht en begon haar militaire carrière aan de Koninklijke Militaire School in Weert waar zij na een aanvankelijke keuze voor opleiding bij de geneeskundige troepen een overstap maakte naar de communicatieorganisatie.
Nadat zij de hiertoe noodzakelijke aanvullende specialistische opleiding op de Koninklijke Militaire Academie had afgerond, is Margot van Bergen in de rang van tweede luitenant als redacteur gestart bij de Sectie Communicatie van 13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot. In deze functie werd zij in 2001 uitgezonden naar Bosnië-Herzegowina.
Na terugkeer volgde een plaatsing als kapitein/senior communicatie-adviseur bij het Regionaal Militair Commando Zuid in Vught, in welke functie zij onder meer betrokken was bij de onthulling van het Monument voor Vredesoperaties in Roermond.
Na het voltooien van diverse aanvullende communicatieopleidingen is ze in 2004 als Plaatsvervangend Hoofd Sectie Communicatie teruggegaan naar 13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot. Uiteindelijk werd ze daar bevorderd tot majoor en benoemd tot Hoofd Sectie Communicatie.
Margot van Bergen heeft de Koninklijke Landmacht eind 2006 verlaten. Na een communicatiefunctie bij de St. Anna Zorggroep in Geldrop werkt ze momenteel als hoofd van de afdeling Communicatie bij de Stichting Geïntegreerde Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en de Kempen.
Sinds 2007 maakt ze deel uit van het bestuur van het Veteraneninstituut.
generaal-majoor b.d. M.F.P. (Marcel) van den Broek (1954) voltooide in 1977 zijn opleiding als genieofficier aan de Koninklijke Militaire Academie.
In zijn 37-jarige loopbaan bij de Koninklijke Landmacht heeft hij vele functies vervuld. Naast de operationele functies o.a. als pelotons- en compagniecommandant bij de Genie en stafofficier bij het 1 (GE/NL) Corps was hij commandant van het Regiment Genietroepen.
Hij heeft gewerkt in diverse beleidsdirecties bij de Defensie- en Landmachtstaf waaronder Personeel, Internationale Samenwerking, Beleid en Plannen KL. In zijn laatste functie in actieve dienst was hij plaatsvervangend commandant van het Commando Landstrijdkrachten.
Per 1 juli 2010 is hij met functioneel leeftijdsontslag. Hij is uitgezonden naar Libanon UNIFIL (1981), Bosnië SFOR (2000) en Afghanistan ISAF (2007).
Per 1 maart 2011 is hij toegetreden tot het Bestuur van het Veteraneninstituut.
GEN MAJ MARNS b.d. W.J.I. (Willem) van Breukelen (1938) werd na de opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Den Helder in 1960 benoemd tot officier.
Begin 1962 werd hij als pelotonscommandant in een readiness-compagnie uitgevlogen naar Nieuw-Guinea, waar hij deelnam aan acties.
Na terugkeer volgde hij in Roosendaal de opleiding tot commando, had twee jaar een varende plaatsing en diende van 1967 tot 1970 op Curaçao. Tussentijds volgde hij in de VS een stafcursus van een half jaar bij het USMC.
Vanaf 1970 was hij voornamelijk geplaatst bij de personeelsafdeling van het Korps Mariniers, onderbroken door uitzending in 1974-1975 als UNTSO waarnemer te Beiroet (Libanon), een troepenplaatsing voor berg- en wintertraining, en de cursus Hogere Krijgskundige Vorming.
Via kazernecommandant - functies en die van chef staf was hij van 1987 tot 1991 Commandant van het Korps Mariniers.
Na leeftijdsontslag werkte hij nog enkele jaren voor het maritiem bedrijfsleven. Gedurende het tweede deel van zijn militaire loopbaan maakte hij langdurig deel uit van de werkgroep krijgsmacht - Amnesty International en van de redactie van Kernvraag, een blad van de geestelijke verzorging in de krijgsmacht.
Tevens vervulde hij bestuursfuncties op lokaal niveau in plaatselijke belangenverenigingen, het middelbaar onderwijs en de ouderenzorg. Ook maakte hij deel uit van het hoofdbestuur van enkele landelijke sportbonden en van musea.
Per 1 september 2008 is hij toegetreden tot het bestuur het Veteraneninstituut.
de heer L.J. (Lodewijk) de Waal (1950) is in 1973 in dienst gekomen bij de NVV Bond Mercurius als ‘administratief medewerker ter ondersteuning van de bestuurders’.
Vervolgens werd hij in 1975 benoemd tot districtsbestuurder in het district Zuid-Holland Noord. Uit een fusie tussen de NVV en de NKV Dienstenbond ontstond de Dienstenbond FNV, waar De Waal in 1982 cao-coördinator werd en in 1988 voorzitter. In 1992 stapte hij over naar de vakcentrale FNV, waar hij in 1997 voorzitter werd. Als FNV-voorzitter was De Waal vicevoorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) en bij toerbeurt voorzitter van de Stichting van de Arbeid. Lodewijk de Waal was tot 25 mei 2005 voorzitter van de FNV.
Per juli 2006 is De Waal directeur van de humanistische hulporganisatie Humanitas. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
Op 22 oktober 2008 werd De Waal namens de Staat der Nederlanden commissaris bij de ING-bank. Als voorzitter van de TaskForce MobiliteitsManagement houdt hij zich verder bezig met de file- en milieuproblematiek.
In april 2010 stelde De Waal zich voor de PvdA kandidaat voor de Tweede Kamer. Hij staat als 70ste op de lijst van deze partij.
Sinds 1 maart is de Waal lid van het bestuur van het Veteraneninstituut in Doorn.
KTZA b.d. F.J. (Frank) Marcus (1956) is in augustus 1974 opgekomen in Den Helder op het Koninklijke Instituut voor de Marine (KIM) als adelborst voor de administratie. Zijn praktische bedrijfsintroductie doorliep hij in zijn derde jaar als zogenaamde nautische taris aan boord van Hr. Ms. Holland.
In juni 1977 werd hij benoemd tot LTZA3 en na een korte studie bedrijfseconomie in Rotterdam en een korte plaatsing als toegevoegd officier van administratie op de Marinekazerne Erfprins, werd hij in 1979 als LTZA2 Hoofd Logistiek Dienst (HLD) aan boord van de oceanograaf Hr. Ms. Tydeman.
In 1980 is hij als plaatsvervangend intendant bij het Korps Mariniers in Rotterdam geplaatst. Na zijn functie in Rotterdam is hij in 1983 geplaatst op het Directoraat-Generaal Personeel in Den Haag bij de Afdeling Militaire Arbeidsvoorwaarden als Hoofd Sectie Toelagen en Vergoedingen. In die periode volgde bevordering tot LTZA2OC.
In 1987 vroeg de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren (KVMO) Frank om Hoofd Sectie Georganiseerd Overleg te worden. Tijdens deze plaatsing werd hij bevorderd tot LTZA1.
Vanaf 1990 is hij twee jaar buiten Defensie werkzaam geweest als beleidsmedewerker bij de Centrale voor hogere functionarissen bij overheid en onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF).
In 1992 besloot hij bij de KM te herintreden en werd toen HLD van Hr. Ms. Willem van der Zaan.
In 1993 begon hij bij de Directie Personeel KM op de Afdeling Rechtstoestand en vervulde daar gedurende 5 jaar de functies van hoofd algemene rechtspositie, hoofd financiële rechtspositie en plaatsvervangend afdelingshoofd. In die laatste functie is hij bevorderd tot KLTZA.
In 1998 keerde hij terug in het operationele werkveld als HLD van de net in de vaart gebrachte Hr. Ms. Rotterdam en aansluitend werd hij in 1999 commandant van het Logistiek Bataljon in Doorn, bij de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM). In het verlengde daarvan, werd Frank van december 2000 tot juni 2001 uitgezonden als C-logbase in Eritrea, in het kader van de United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (UNMEE).
Na terugkeer werd hij in de rang van KTZA geplaatst bij de Directie Plannen, Beleid en Organisatie van het Directoraat-Generaal Personeel, in de functie van Hoofd Afdeling Beleidsontwikkeling. In die periode maakte hij de reorganisatie mee naar de tegenwoordige Hoofddirectie Personeel, als onderdeel van de grote reorganisatie van heel defensie. In die nieuwe directie werd hij in 2004 als Hoofd Afdeling Beleidsvernieuwing belast met onder andere de aanpassing van de regelgeving als gevolg ven deze reorganisatie.
Eind 2005 nam hij deel aan de Leergang Topmanagement Defensie bij het Instituut Clingendael en werd vervolgens in januari 2006 benoemd tot Hoofd Opleidingen Koninklijk Marine, bij de Directie Operationele Ondersteuning van het Commando Zeestrijdkrachten.
Sinds 1 juli 2009 is hij directeur van het Veteraneninstituut.
drs. J.R. (Jan) Schoeman (1957) werkt sinds juli 1999 als hoofd communicatie bij het Veteraneninstituut in Doorn. In deeltijd is hij gedetacheerd bij het Kennis- en onderzoekscentrum van het Vi.
Naast het reguliere voorlichtingswerk doet hij onderzoek naar de publieke opinie omtrent veteranenaangelegenheden, in het bijzonder de maatschappelijke waardering voor militaire inzet in heden en verleden. Over dit onderzoek publiceert hij regelmatig, terwijl hij daarover tevens gastcolleges verzorgt aan onder meer KMA en KIM.
Jan Schoeman maakt deel uit van de redactie van het veteranenperiodiek ‘Checkpoint’, waarin hij tevens regelmatig zelf schrijft over allerlei aspecten van de veteranenthematiek.
Voorafgaand aan de SDV werkte Jan sinds 1987 als Stafmedewerker Voorlichting/Public Relations bij de Stichting Maatschappij en Krijgsmacht in Den Haag. Sinds 1987 schrijft hij over allerlei aspecten van de civiel-militaire betrekkingen, zoals de afschaffing van de dienstplicht en de overgang naar een professionele krijgsmacht, maar bijvoorbeeld ook over de wisselwerking tussen Defensie, media en publieke opinie.
drs. J.M.P. (Jos) Weerts (1949) studeerde geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij is afgestudeerd in de Vrije Studierichting met psychiatrie als hoofdvak en neurologie, interne geneeskunde en sociale geneeskunde als bijvakken. Daarna volgde hij diverse opleidingen op het gebied van methoden en technieken van onderzoek, statistiek en epidemiologie en op het gebied van leidinggeven en management.
Hij werkt als hoofd van het Kennis- en onderzoekscentrum van het Veteraneninstituut te Doorn. In deze functie is hij onder andere voorzitter van de Werkgroep GGZ Veteranen. Hij was voorzitter van de Themagroep Debriefing en lid van de Stuurgroep Epidemiologisch Onderzoek Balkanveteranen. Ook was hij vier jaar voorzitter van het Awards Nominations Committee van de International Society for Traumatic Stress Studies (ISTSS). Deze commissie stelt jaarlijks vast wie door de ISTSS wordt onderscheiden wegens uitzonderlijke klinische en wetenschappelijke verdiensten op het gebied van de psychotraumatologie.
Tot de start van het Veteraneninstituut was Jos werkzaam als stafmedewerker onderzoek en beleid bij het BNMO-Centrum. In die functie was hij specifiek belast met een kwaliteitsproject, ter verbetering van de nazorgprogramma's. Daarbij hoorde ook de ontwikkeling en evaluatie van nieuwe methodes en modellen voor begeleiding en hulp aan jonge veteranen, die gediend hebben in vredesmissies. Dit project werd gefinancierd door middel van een subsidie van het Ministerie van Defensie.
Van 1987 tot 1993 werkte hij als directeur van de Stichting Icodo (Informatie- en Coördinatieorgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen) te Utrecht. In deze functie was hij lid van een aantal adviescommissies op het gebied van het beleid en de zorg voor oorlogs- en geweldslachtoffers.
drs. G.E. (Gielt) Algra (1966) studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en aan het Centrum voor Educatie en Documentatie Latijns Amerika (CEDLA). Zijn specialisatie was internationale betrekkingen.
Tijdens zijn militaire dienst (1992-1993) werd Gielt, na zijn opleiding tot sergeant der infanterie, gekozen tot voorzitter van de soldatenvakbond VVDM. Na zijn diensttijd werd hij gekozen tot voorzitter van de European Council of Conscript Organisations (ECCO). Na terugtreding als voorzitter bleef hij werkzaam voor deze organisatie, met name aan enkele publicaties en als course director bij de jaarlijkse study sessions van de Raad van Europa.
Sinds begin 2001 is Gielt werkzaam als onderzoeks- en beleidsmedewerker bij het Kennis- en onderzoekscentrum van het Veteraneninstituut. Hij concentreert zich met name op de jonge veteranen.
drs. M. (Martin) Elands (1967) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht (1986-1992) met als specialisatie ‘internationale betrekkingen’. Tijdens zijn studie was Martin ruim een jaar werkzaam bij de Nederlandse Atlantische Commissie (1990-1992) die het internationale en Nederlandse veiligheidsbeleid als werkdomein heeft (publicaties, congressen d.d.).
Martin is na zijn militaire diensttijd bij de Sectie Militaire Geschiedenis (SMG) van de Koninklijke Landmacht (1992-1993) bij de SMG als wetenschappelijk medewerker werkzaam gebleven met als specialisaties Nederlands-Indië (1942-1950), Nederlands Nieuw-Guinea (1950-1962), Korea (1950-1954) en het Nederlands veteranenbeleid. Daarnaast heeft hij onderzoek gedaan naar en gepubliceerd over de Nederlandse deelname aan vredesoperaties.
Vanaf 1 januari 2000 is Martin vanuit zijn dienstbetrekking bij het Ministerie van Defensie als wetenschappelijk en beleidsmedewerker (militair-historicus) werkzaam bij het Kennis- en onderzoekscentrum van het Veteraneninstituut. Binnen het KOC heeft hij de militaire ervaringen tijdens oorlogen en vredesoperaties, alsmede de maatschappelijke positie van Nederlandse veteranen als werkgebied. Vanuit deze functie is Martin onder meer redactielid van het Nederlandse veteranentijdschrift Checkpoint.
mevrouw dr. M.L. (Michaela) Schok (1968) studeerde van 1989 tot 1995 Klinische Psychologie aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht met als specialisaties Psychosociale victimologie en depressie en Gezondheidspsychologie.
Vanaf januari 2000 is zij bij het Kennis- en onderzoekscentrum van het Veteraneninstituut werkzaam als wetenschappelijk medewerker met als belangrijkste aandachtsgebieden de verwerking van militaire uitzendervaringen en de gevolgen van uitzending voor partners en kinderen. In 2009 heeft zij haar promotie-onderzoek afgerond naar de betekenis die veteranen toekennen aan hun uitzendervaringen. De promotie werd uitgevoerd onder begeleiding van zij onder begeleiding van prof. dr. R.J. Kleber, die werkzaam is aan de universiteit van Utrecht.
Hiervoor was Michaela werkzaam als stafmedewerker bij het BNMO-Centrum met als voornaamste taak het ontwikkelen en evalueren van nazorgprogramma’s. Tevens is zij bestuurslid geweest ten tijde van de oprichting van de Werkgroep Onderzoekers in de Psychologie van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP).
Majoor drs. J.M.H. (Jos) Groen (1963) studeerde Arbeids & Organisatie Psychologie aan de Rijksuniversiteit Leiden en de Open Universiteit. Naast zijn werk heeft de majoor Groen meerdere opleidingen gevolgd naast zijn studie psychologie, waaronder HBO Personeel en Arbeid.
Zijn militaire loopbaan is begonnen in 1985 als dienstplichtig marinier. Gedurende die tijd is hij onder meer op de Marinierskazerne Saveneta op Aruba geplaatst. Oktober 1986 is hij afgezwaaid bij het Korps Mariniers. In 1989 is hij begonnen aan de opleiding tot officier der Infanterie aan het Opleidingscentrum Officieren Speciale Diensten. Vanaf 1991 heeft hij diverse functie uitgevoerd, waaronder pelotonscommandant en plaatsvervangend compagniescommandant. Naast verschillende functies binnen de personeelsdienst van de KL op bataljons-, brigade- en centraal niveau is hij drie jaar als docent werkzaam geweest op de Koninklijke Militaire Academie. De majoor Groen is drie maal uitgezonden geweest: Dutchbat III (1995), Task Force Fox (2002) en Task Force Uruzgan (2010).
Sinds september 2010 is majoor Groen werkzaam als onderzoeks- en beleidsmedewerker bij het Kennis- en onderzoekscentrum van het Veteraneninstituut. Hij richt zich hierbij op veteranenonderzoek in de breedste zin des woords. In 2012 verscheen zijn boek Task Force Uruzgan.
Home
veteranen, onze missie